WAT IS VRIJMETSELARIJ.

EEN LEVENSHOUDING VOOR VRIJE BURGERS

Vrijheid, verdraagzaamheid, broederschap. Drie trefwoorden waarmee de vrijmetselarij kan worden gekarakteriseerd. De vrijmetselarij gaat uit van ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid, streeft naar de algemene broederschap der mensen, kweekt verdraagzaamheid, zoekt op wat mensen en volken vereent en tracht verdeeldheid weg te nemen. Hoge idealen die zijn vastgelegd in de beginselverklaring. Toch is de vrijmetselaar geen wereldvreemde wereldverbeteraar. Vrijmetselaren willen positief en creatief denkende mensen zijn, die met beide benen op de grond staan. Wie daar anders over denkt, is slachtoffer van een taai vooroordeel.

De vrijmetselaar komt in loge om een beter mens te worden. Niet om beter te worden dan een ander, dat zou strijdig zijn met het uitgangspunt van de gelijkheid, maar om zichzelf te verbeteren. Een mens die beantwoordt aan zijn hoge roeping. Een mens bij wie denken, voelen en willen in harmonie zijn. In vrede met zichzelf en zijn omgeving. Iemand die zijn 'Sitz im Leben', zijn draai gevonden heeft. Vrijmetselaren zijn gewone mensen, wie niets menselijks vreemd is. Het is niet toevallig dat het 'Ken uzelf' steeds weer aan hen wordt voorgehouden. In hedendaags Nederlands zouden we zeggen: 'Verbeter de wereld en begin bij jezelf'.

Een vrijmetselaar zal niet betweterig optreden, maar zijn mening vergelijken met die van een ander. De scheidslijn die gewoonlijk in de vrijmetselarij wordt getrokken, is: Denkt een kandidaat dogmatisch? Een vrijmetselaar zoekt zelfstandig naar waarheid. Iemand die de wijsheid in pacht denkt te hebben, is uitgezocht en heeft in de Orde dus niet veel te zoeken. Een overtuigd atheïst zal evenmin lid willen worden, ook hij zoekt niet meer en weet het allemaal al. De Orde is overigens niet tegen het dogma als leerstelling, wel tegen een dogma dat anderen dwingend wordt opgelegd. Veel vrijmetselaars zijn praktiserend lid van een kerk. Zij aanvaarden de geloofsartikelen vrijwillig en uit overtuiging. De vrijmetselarij geeft verdieping aan hun geloofsbeleving en gelegenheid tot dialoog met andersdenkenden.

 

Over een aantal essentiële punten zijn vrijmetselaren het zeker eens:


Alle mensen zijn gelijkwaardig (maar niet gelijk!) en deel van de algemene broederschap der mensen;
Ieder mens heeft het recht zelfstandig te zoeken naar waarheid;
Ieder mens is verantwoordelijkheid voor zijn eigen doen en laten;
Ieder mens dient met toewijding te werken aan het welzijn van de gehele gemeenschap;

Methode:

Vrijmetselarij is geen godsdienst, geen ideologie of levensbeschouwing. En zeker geen sekte of geheim genootschap. De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden is een democratische vereniging, waarvan de leden streven naar verdieping van inzicht op geestelijk en zedelijk gebied. Zij gaat daarbij uit van het bestaan van een geestelijke werkelijkheid achter het waarneembare, die wordt aangeduid als de Opperbouwmeester des Heelals. In dat streven staat de Orde natuurlijk niet alleen. Er zijn meer groeperingen die hetzelfde beogen. Maar de vrijmetselarij onderscheidt zich van andere organisaties op dat terrein door haar bijzondere methode van werken. Zij maakt daarbij gebruik van symbolen en rituelen, die op zinnebeeldige wijze de levensloop van de mens uitbeelden. Symbolen zijn hulpmiddelen bij het overbrengen van gedachten of gevoelens die vaak moeilijk onder woorden zijn te brengen. Waar woorden ontoereikend zijn, kunnen ze een geestelijke meerwaarde toevoegen aan voorwerpen, gevoelens, handelingen en verschijnselen. In ons dagelijkse leven bedienen we ons onbewust van talloze symbolen, waarvan iedereen meteen de bedoeling begrijpt: een bos bloemen, de trouwring, de nationale driekleur, het kruis, een handdruk, enz. Niet iedereen is overigens gevoelig voor symbolen. Strikt rationele mensen die bijvoorbeeld aangeboden bloemen niet waarderen, omdat 'ze toch snel verwelken'. Zo iemand, die niet de intentie achter het gebaar weet te waarderen, is ongeschikt voor de methode van de vrijmetselarij.

Bouwsymboliek:

Voor vrijmetselaren is hun symboliek een taal die zij verstaan, waar ter wereld zij elkaar ook ontmoeten. Waar het gesproken of geschreven woord misverstanden kunnen veroorzaken, schept die gemeenschappelijke symbolentaal eenheid tussen mannen met totaal verschillende maatschappelijke achtergronden, opvattingen en karakters.
In de vrijmetselarij neemt de bouwsymboliek, erfenis van de ambachtelijke loges uit de middeleeuwen, een zeer belangrijke plaats in. De vrijmetselaar ziet wereld en leven als een te voltooien bouwwerk. Hij bouwt aan de tempel der mensheid, aan een betere wereld, waarbij hij zichzelf ziet een bouwsteen. Een geliefde uitdrukking is dat de mens een ruwe steen is, die moet worden bekapt en gepolijst tot een zuiver kubieke steen, zodat die gave steen kan worden ingepast in het bouwwerk van levende stenen.
Passer en winkelhaak vormen internationaal hét herkenningsteken van de vrijmetselarij. De passer wordt verbonden met de gedachte aan maatgeven, scheppen, afpassen. Hij is ook het symbool van de uitstralende Liefde uit het Oosten, het symbool van de Opperbouwmeester die alles ordende naar maat, getal en gewicht. De winkelhaak met zijn rechte hoek symboliseert de mens die het Licht ontvangt, de mens die zich in de 'rechte verhouding' weet te plaatsen tot de Opperbouwmeester en tot zijn medemens. En zo hebben alle gereedschappen (hamer, beitel, troffel, waterpas, schietlood) hun eigen symbolische functie en betekenis.
De lichtsymboliek speelt eveneens een belangrijke rol. Bijbel, passer en winkelhaak worden de drie Grote Lichten van de vrijmetselarij genoemd. Door de eeuwen heen worden mensen die zich met geestelijke verdieping bezighouden, geboeid en geïnspireerd door de tegenstelling tussen licht en duisternis, waarin zij de strijd tussen goed en kwaad verzinnebeeld zien. De middeleeuwse kathedralen worden wel omschreven als een gebed in licht en steen. Bij rituele werkzaamheden ligt in de Werkplaats de bijbel (het Eerste Grote Licht) opengeslagen bij het Evangelie volgens Johannes, waarin nadrukkelijk wordt verwezen naar de betekenis van het Licht dat in de duisternis schijnt. Bij de inwijding van een niet-christelijke kandidaat wordt overigens het 'boek der heilige wet' gebruikt dat door de betrokkene wordt erkend, bijvoorbeeld de Koran, de Torah of de Bhagavad Gita. Er is dus altijd een heilig boek geopend als symbool van hogere normen en waarden.

Rituelen:

Behalve door de bouw- en lichtsymboliek wordt de werkwijze ook gekenmerkt door de toepassing van rituelen, ceremoniële handelingen. Oudtijds kende mens tal van riten die in sterk aangepaste vorm voortbestaan als gebruiken bij geboorte, huwelijk, dood en andere belangrijke gebeurtenissen in een mensenleven. De vrijmetselarij is een inwijdingsgenootschap. In de loges wordt gewerkt in een stelsel (*) van drie graden: leerling, gezel en meester. Elk nieuw lid beleeft zijn plechtige toetreding op eigen wijze, afhankelijk van persoonlijke instelling, achtergrond en opvattingen over grote levensvragen. Het lijkt allemaal spel en dat is het in zekere zin ook. Maar dan wel een verheven spel met diepe waarden en betekenissen, die de deelnemer zelf moet ontdekken. Het kan hem helpen zichzelf beter te leren kennen en zijn antwoord te vinden op vragen naar het Waarom en Waartoe van zijn bestaan. In het algemeen, bij voldoende ijver, wordt de leerling na een jaar bevorderd tot gezel. Dan staan zelfontplooing en dienen van de medemens centraal in het ritueel. Na wederom een jaar kan de verheffing tot meester plaatsvinden. De meestergraad verwijst naar offerbereidheid uit liefde tot de medemens en leert de vrijmetselaar zich te plaatsen in de juiste verhouding tot de Opperbouwmeester. Te zamen beelden de drie rituelen de levensgang van de mens uit, de reis van duisternis naar Licht.

De tekst van de ritus wordt door de Orde niet expliciet openbaar gemaakt. Er wordt verwezen naar talloze boeken, die wetenschappers erover hebben geschreven. De serieuze kandidaat wordt echter ontraden van tevoren kennis te nemen van hetgeen hem te wachten staat. De finale van een voetbalkampioenschap is ook niet spannend als je de uitslag al hebt gehoord. Het gaat immers om de persoonlijke belevenis. De werking van de ritus zou benadeeld worden indien de gang van zaken vooraf in alle details aan de kandidaat bekend zou zijn. Datgene waar de mens werkelijk aan hechten wil, te weten een ervaring die tot in het diepste wezen wordt gevoeld, moet ook zélf beleefd worden.
Iemand die niet stap voor stap is ingevoerd in de symboliek, zal de betekenis van de rituelen ook grotendeels ontgaan. Bovendien moet het voor de kandidaat, die tijdens het ritueel de centrale figuur is, een volstrekt nieuwe ervaring zijn die hij ondergaat. In de taal van de moderne psychologie zou men het vrijmetselaarsritueel een rollenspel kunnen noemen, waardoor de kandidaat wordt voorbereid op de realiteit van leven en dood.
Het laat zich raden dat alle verzinselen over de 'geheimzinnigheid' van de vrijmetselarij zijn terug te voeren op het niet verstrekken van de officiële ritualen (*), die trouwens van loge tot loge kunnen verschillen. Echt geheim zijn ze niet. In iedere universiteitsbibliotheek liggen ze ter inzage en menig antiquariaat vraagt er (te veel) geld voor. Maar kennisnemen daarvan geeft slechts een gedeeltelijk en vaak onbegrijpelijk beeld, omdat de essentie pas bij de voltrekking van de ritus - tijdens de inwijding zelf - kan worden doorvoeld en begrepen.

Het geheim van de vrijmetselarij is de unieke belevenis van een gezamenlijke ervaring, die niet kan worden verklaard of onder woorden gebracht, omdat gewone taal daartoe ontoereikend is. Het geheim kan alleen worden gedeeld met hem die het reeds kent. Vergelijkbaar is een muzikale ervaring. De muziek moet je gehoord hebben, het notenbeeld zegt alleen de kenner (de al ingewijde!) iets. Pas na afloop kunnen concertgangers praten over hun "geheime" beleving van de uitvoering. Geheimen bewaar je in je hart.

Tekst: Mat Herben

Noten:

Als belangrijke bron werd geraadpleegd: 'Vrijmetselarij - Een verkenningsreis' door W.J.M. Akkermans, een uitgave van het Hoofdbestuur der Orde in Den Haag)

*In logeverband worden uitsluitend de drie 'blauwe' of Johannes-graden beoefend: leerling, gezel en meester. Daarnaast bestaan er kapittels die werken in de zg. 'rode' graden. Ze komen maar enkele keren per jaar bij elkaar. In deze kapittels wordt gewerkt in graden die herinneren aan middeleeuwse ridderorden, bijvoorbeeld Ridder van het Heilig Koninklijk Gewelf (oudtestamentisch gericht), Tempelridder en Soeverein Prins van het Rozekruis (nieuwtestamentisch). De Schotse ritus, vooral in Amerika belangrijk, werkt in een stelsel van 33 graden. Ook daartoe kan een Haagse vrijmetselaar toetreden. De soms gebruikte aanduiding 'hoge graden' is onjuist, de hoogste graad is die van meester. De vervolgpaden staan open voor de meester-vrijmetselaar die zich in bepaalde bijbelse of filosofische aspecten van de ritus wil verdiepen. De loge is en blijft echter de ziel van de Nederlandse vrijmetselarij.

*Een rituaal is het tekstboek waarin het ritueel is vastgelegd. In de praktijk gebruiken vrijmetselaren alleen het woord 'rituaal', waarmee dan zowel de tekst als de rituele plechtigheid kan worden bedoeld.