BOUWSTENEN

VRIJMETSELAREN EN DE STRIJD VOOR MENSENRECHTEN

DE TOEKOMST BESTAAT NIET

'HUNZELVE TEN GOEDE, ANDEREN TEN ZEGEN'

VEELGESTELDE VRAGEN OVER VRIJMETSELARIJ

 

Een voorbeeld van een gedachtengang welke in onze loge kan passeren:

VRIJMETSELAREN EN DE STRIJD VOOR MENSENRECHTEN

Openbare lezing in Den Haag op 8 mei 1999 door Mat Herben.

Welkom in het Haags Logegebouw, het trefpunt van 600 vrijmetselaren uit Den Haag en omgeving. Ik ben een van hen, mijn naam is Mat Herben. Deze lezing zal ik gebruiken voor een beknopte geschiedenis van de vrijmetselarij, toegespitst op de bijdrage die vrijmetselaren hebben geleverd aan de ontwikkeling van de rechten van de mens. Tot slot ga ik in op de vraag of de vrijmetselarij nog actueel is in onze 'verlichte tijd'. Daarna kunt u vragen wat u wilt, behalve mijn pincode.

Vrijheid, verdraagzaamheid, broederschap. Drie trefwoorden waarmee de vrijmetselarij kan worden gekarakteriseerd. De vrijmetselarij gaat uit van ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid, streeft naar de algemene broederschap der mensen, kweekt verdraagzaamheid, zoekt op wat mensen en volken verenigt en tracht verdeeldheid weg te nemen.
De vrijmetselaar komt in de loge om een beter mens te worden. Niet om beter te worden dan een ander, dat zou strijdig zijn met het uitgangspunt van de gelijkwaardigheid, maar om zichzelf te verbeteren. Een mens bij wie denken, voelen en willen in harmonie zijn. In vrede met zichzelf en zijn omgeving. Iemand die zijn draai gevonden heeft.
Vrijmetselarij is geen godsdienst, geen ideologie of levensbeschouwing. En zeker geen sekte of geheim genootschap. De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden is een democratische vereniging, waarvan de leden streven naar verdieping van inzicht op geestelijk en zedelijk gebied.

Grondslagen van de vrijmetselarij
- Ieders recht zelfstandig te zoeken naar waarheid.
- Werken aan het welzijn van de samenleving.
- Verantwoordelijk voor eigen doen en laten.
- Gelijkwaardigheid van alle mensen.
- Broederschap.

De vrijmetselarij in haar oudste vormen is voortgekomen uit de Britse bouwcorporaties van de middeleeuwen en is in haar huidige organisatievorm al bijna drie eeuwen oud. De betekenis van de vrijmetselarij als leerschool van deugd en democratie is enorm geweest, vooral in Groot-BrittanniŰ en de Verenigde Staten. De meeste grote filosofen van de Verlichting waren vrijmetselaar, Rousseau, Montesquieu, Hume, Lessing, Goethe, enzovoorts. Vele koningen en presidenten, priesters en dominees waren vrijmetselaar. Beroemde musici van Mozart tot Duke Ellington. In Nederland schrijvers als Johannes Kinker, Multatuli en Frederik van Eeden. Ons beperkend tot 'bekende Hagenaars' noemen we verder Prins Frederik (broer van koning Willem II die zelf ook vrijmetselaar was), die Grootmeester was van 1816-1881 en Willem Drees, die niet alleen stenograaf van de Tweede Kamer was, maar ook stenograaf van het hoofdbestuur der Orde. Drees werd in 1918 ingewijd in de Delftse loge Silentium en bleef tot 1933 actief in de Orde. Om politieke redenen zegde hij toen zijn lidmaatschap op en dat was achteraf maar goed ook. We hoeven er maar aan te herinneren dat in 1941 Grootmeester Hermannus van Tongeren stierf in het concentratiekamp Sachsenhausen. Zijn mašonnieke idealen heeft Drees echter nooit verloochend, al zullen weinig Nederlanders het hebben beseft.

Ontstaan:

Engeland is de bakermat van de vrijmetselarij, juister gezegd Groot-BrittanniŰ, want Schotland speelde een grote rol. In oude manuscripten uit de veertiende eeuw wordt melding gemaakt van gebruiken en regels voor bouwlieden. Alleen de beste vaklui waren in staat de 'freestone', een hoogwaardige kalksteen, tot bruikbare steenblokken te verwerken. Van de benaming 'freestone mason', later samengetrokken tot 'freemason', is ons woord 'vrijmetselaar' de vertaling. In de bouwloodsen ('lodge - loge') bij de kathedralen leidde de 'Master Mason' de leerlingen en gezellen op. Men woonde en werkte er soms jarenlang samen. Er werd niet alleen over het ambacht gesproken, maar ook over geestelijke waarden. De loge was leerschool des levens. De bouwcorporaties kenden allerlei gedragsregels om het ambacht tegen beunhazerij te beschermen. Waar men van de ene bouwplaats naar de andere trok, waren tekens, handgrepen en wachtwoorden onmisbaar. Allerlei ontwikkelingen leidden ertoe dat de zuiver ambachtelijke (operatieve) vrijmetselarij geleidelijk werd omgevormd tot de bespiegelende (speculatieve) vrijmetselarij. Denk aan de Hervorming, waardoor een einde kwam aan de bouw van gotische kathedralen en de Renaissance die een klasse van erudiete architecten voortbracht. In 1666 woedde in het grotendeels houten Londen een enorme brand, die tachtig procent van de stad in as legde. Voor de wederopbouw in steen kwamen vanuit heel Engeland, maar ook van het vasteland, veel bouwlieden naar Londen, waar ze van het parlement dezelfde rechten kregen als de leden van de eens zo sterke Londense bouwgilden. Om financiŰle redenen werden niet-ambachtslieden als 'accepted freemasons - aangenomen leden' toegelaten. Op Sint-Jansdag, 24 juni 1717, werd in Londen door vier loges de eerste overkoepelende Grootloge opgericht. Dit kan worden gezien als de geboortedatum van de moderne vrijmetselarij. Daarna groeide de vrijmetselarij onstuimig. Men had genoeg van de politieke twisten en godsdienstoorlogen. Velen voelden zich aangetrokken tot de sfeer van broederschap in de loges, waar liefdadigheid werd beoefend en twistgesprekken over godsdienst en politiek streng verboden waren. Een en ander vond uitdrukking in het Constitutieboek dat in 1723 door de Schotse predikant James Anderson werd opgesteld en waarin een bewerking was opgenomen van de 'Oude Plichten', zoals deze eertijds in de bouwgilden golden. De Oude Plichten vormen nog steeds het belangrijkste mašonnieke wetboek, waarin de zedelijke plichten van de vrijmetselaar zijn vastgelegd. Een belangrijke plicht is het erkennen van het bestaan van de Opperbouwmeester des Heelals. Een athe´stische vrijmetselaar is een contradictie, althans in de reguliere vrijmetselarij. Alleen de niet-erkende irreguliere grootloges in o.a. Frankrijk en BelgiŰ laten athe´sten, of beter gezegd agnosten, toe.

Proeftuin democratie:

Dat de vrijmetselarij zich zo snel verspreidde, is niet verwonderlijk. In die tijd waren er geen andere verenigingen waarin mannen met uiteenlopende beroepen en maatschappelijke achtergronden, met verschillende politieke en levensbeschouwelijke overtuigingen, elkaar konden ontmoeten. Tegenwoordig kunnen we ons dit nauwelijks voorstellen met onze overvloed aan politieke partijen en sportverenigingen. Die bestonden toen nog niet. De vrijmetselarij heeft in belangrijke mate bijgedragen aan het verdwijnen van rangen en standen, en nog belangrijker, aan het ontstaan van democratische structuren. In een tijd dat heersers nog absolute macht bezaten, introduceerden de loges een bestuursvorm waarbij de voorzitter gekozen werd uit de "bekwaamste onder de bouwlieden". Op hun beurt leerden de gekozen bestuursleden verantwoording afleggen aan de leden.

Als titel van deze lezing is gekozen: Vrijmetselaren en de eeuwenlange strijd voor de mensenrechten. Dus niet: de vrijmetselarij en ..., want de vrijmetselarij als organisatie heeft geen mening over politieke of godsdienstige vraagstukken. Het wordt nadrukkelijk aan de individuele vrijmetselaar overgelaten onze grondslagen, die uitgaan van de hoge waardigheid van de mens, te vertalen in politieke daden of godsdienstige keuzes. De vrijmetselarij is een leerschool des levens, een levenshouding, waarvoor de vrijmetselaar alleen aan zichzelf en niet aan de organisatie verantwoording schuldig is. Nooit kan een vrijmetselaar, zelfs de Grootmeester niet, pretenderen namens de vrijmetselarij uitspraken te doen over godsdienstige of wereldse zaken.
De vrijmetselaar komt in de loge om aan verbetering van zichzelf te werken en daardoor zichzelf als bouwsteen te kunnen aanbieden aan de samenleving, aan de bouw van de tempel der mensheid zeggen wij dan een beetje plechtig. Na een bijeenkomst wordt de vrijmetselaar de tempel uitgestuurd met de opdracht zich als een waarachtig vrijmetselaar te gedragen. Verbeter de wereld maar begin bij jezelf, is een motto dat ons op het lijf zou kunnen zijn geschreven.

Of de vrijmetselarij een nuttige bijdrage levert aan de samenleving, in dit geval aan de mensenrechten, kan dus alleen worden bekeken door de individuele gedragingen van de leden na te gaan. Wie de ledenlijsten door de eeuwen heen bestudeert, ziet een indrukwekkende lijst van beroemde figuren die zich door het gedachtengoed van de vrijmetselarij hebben laten inspireren. Ik zondig vandaag een beetje tegen onze gewoonte om niet te veel met beroemde namen te schermen. Een vrijmetselaar is immers zelf verantwoordelijk voor zijn doen en laten. Hij verschuilt zich niet achter anderen, hoe beroemd ook. Ik ontkom er echter niet aan u enkele namen te geven, want aan de vruchten leer je de boom kennen.

Over het ontstaan van de mensenrechten schreef de Utrechtse hoogleraar Baehr onlangs een artikel in het blad VN-forum. Citaat: "Ruim vijftig jaar geleden, op 10 december 1948, werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN in New York. Hoewel er naar tal van oorsprongen kan worden verwezen, zijn de twee belangrijkste basisdocumenten de Amerikaanse Bill of Rights (1776) en Grondwet (1791) en de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger van 1789. In deze documenten wordt voor het eerst een opsomming gegeven van mensenrechten in de zin van fundamentele individuele vrijheden. Veel van die rechten zijn terug te voeren op ideeŰn van politieke denkers als John Locke, Baron de Montesquieu en Jean-Jacques Rousseau."
Om de wortels van het denken over de mensenrechten te vinden, moeten we dus terug naar de 18de eeuw, de Gouden Eeuw van de vrijmetselarij.

Praktisch alle grote denkers van de Verlichting waren vrijmetselaar, of sympathiseerden met het gedachtengoed. Daarover is voldoende informatie te vinden in de gewone geschiedenisboeken. Ik citeer daarom gemakshalve uit het standaardwerk 'Europa en de Verlichting' van de Zwitserse hoogleraar Ulrich im Hof: " Onders de pijlers van de Verlichting nemen de vrijmetselaars een voorname plaats in. Hun organisatie gaf de wensen en ideeŰn van de Verlichting een institutioneel kader. De vrijmetselaarsloges worden kweekplaatsen van tolerantie. De confessionele verschillen worden gerelativeerd, al heel vroeg kunnen joden lid worden. (...) Edelen en burgers zijn elkaars gelijken. Hier vindt men de school van wetenschappers, kunsten en goede zeden....hun vereniging vormt het geleerdste gezelschap ter wereld."
Ik zou ervan blozen als ik het zelf had verzonnen, ik hoef gelukkig alleen maar voor te lezen wat deze hooggeleerde heer heeft uitgezocht.
In het kort samengevat: Het zijn de denkbeelden van vrijmetselaars en hun geestverwanten die de inspiratie vormen van de Amerikaanse Onafhankelijksverklaring en later de Amerikaanse grondwet.
"All men are created equal, they are endowed by their Creator with certain unalienable rights, that among these are life, liberty, and the pursuit of happiness." Gelijkheid, onvervreemdbare rechten als leven, vrijheid en het nastreven van geluk.
Zonder in filosofische of staatkundige bespiegelingen te willen vervallen, wijs ik even kort op de organisatievorm van de Verenigde Staten: Een unie van dertien staten die onder een gekozen president samenwerken. Een experiment dat niemand in die tijd, waarin koningen absolute macht hadden, zou hebben aangedurfd, zonder het voorbeeld van de vrijmetselarij. De organisatievorm van de VN was het enige geslaagde democratische experiment op bestuursgebied.
De vrijmetselarij heeft een rol van enorme betekenis gespeeld bij het ontstaan van de Verenigde Staten. George Washington, de eerste president, legde in mašonnieke kleding de eed af op de logebijbel, omringd door andere vrijmetselaren. Hetzelfde gebeurde bij de eerste-steenlegging van het Capitool. Sedert George Washington heeft Amerika nog minstens twaalf vrijmetselaars als president gehad. In onze eeuw waren dat bijvoorbeeld Theodore Roosevelt, die tot zijn grote verrassing werd ingewijd door zijn tuinman, en later Franklin D. Roosevelt, Truman en Ford.

Via de Amerikaanse revolutie en de daarop volgende Franse revolutie belandden we volgens de geschiedenisboeken in de moderne tijd. De krachtige impuls die de vrijmetselarij had gegeven werkte door in de negentiende eeuw. De rechtstreekse invloed van de vrijmetselarij als vereniging wordt minder aanwijsbaar door de opkomst van politieke partijen. Dat is logisch en helemaal niet erg. Integendeel. De vrijmetselarij heeft zich juist ingezet voor het recht van vereniging en het recht een politieke partij te vormen. De vrijmetselarij wil zelf helemaal geen politieke partij zijn. De leden maken hun individuele politieke keuze en daar heeft de organisatie niets mee te maken. Ik noemde even het voorbeeld van de socialist Drees. Ik had ook de liberaal Oud kunnen noemen.

Om het spoor van de ontwikkeling van de mensenrechten te kunnen volgen, moeten we zien welke politici daarbij een beslissende rol hebben gespeeld. Dan valt direct de naam op van de grote Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt op. Hij werd in 1933 tot president gekozen en werd driemaal herkozen. Roosevelt werd in 1911 ingewijd in loge Holland in New York en was zeer actief in the Shriners, een charitatieve tak van de Amerikaanse vrijmetselarij die zich inzet voor de gehandicapte jeugd.
Roosevelt legde de grondslag voor de Verenigde Naties. Daarover voerde hij al in 1941 besprekingen over een Atlantic Charter met Winston Churchill, ook al vrijmetselaar.
In een rede voor het Amerikaans congres formuleerde hij zijn beroemd geworden Four Freedoms - Vier vrijheden. Namelijk vrijheid van spreken, godsdienst, vrees en behoeftigheid. The Four Freedoms Award wordt jaarlijks toegekend, het ene jaar in New York en de andere keer in Middelburg.
In handvest van de VN is al een verwijzing naar de mensenrechten opgenomen en in 1946 werd een VN-commissie gevormd die ging werken aan de Universele verklaring van de rechten van de mens. Voorzitter werd Eleanor Roosevelt, die het werk voortzette in de geest van haar in 1945 overleden man.
Artikel 1 van de Universele verklaring luidt:
Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in de geest van broederschap te gedragen.

Ook na de oorlog zien we nog steeds invloedrijke politici die zich hebben laten inspireren door het erfgoed van onze eeuwenoude broederschap. Denk aan Truman, die het Marshallplan goedkeurde. Conservatieven, zoals Churchill, maar ook progressieven zoals Allende en Mitterrand. Steeds weer zetten zij zich gedreven in voor democratische veranderingen. Of voor de vrede, zoals bijvoorbeeld de onlangs overleden koning Hoessein van JordaniŰ, die is ingewijd door een gewezen voorzitter van de Haagse loge Via Lucis.

Nog immer actueel:

Hoewel ruim drie eeuwen oud heeft de optimistische levenshouding van de vrijmetselarij, waarbij de individuele mens centraal staat, nog niets aan waarde ingeboet. De gedachte dat mensen gelijkwaardig zijn, broeders van elkaar, en begiftigd met onvervreemdbare rechten, is nog immer actueel. De vrijmetselarij zorgde in de achttiende eeuw voor een doorbraak, door het opkomende verlangen naar vrijheid van een deugdelijke filosofische en juridische basis te voorzien. Belangrijker nog was het voorbeeld dat de loges gaven aan hun tijdgenoten. Concreet lieten de vrijmetselaarsloges zien dat mensen van verschillende sociale klassen, met verschillende godsdienstige opvattingen, uit verschillende landen met elkaar konden samenleven, elkaar bijstand verleenden en respecteerden. Heel uniek was de democratische verenigingsstructuur met een gekozen voorzitter, die verantwoording moest afleggen. Wat een verademing na een eeuw van godsdienstoorlogen en intolerantie. Wat een verademing in een tijd dat absolute koningen meenden willekeurig over hun onderdanen te mogen heersen.
De vrijmetselarij is een ook levenshouding voor deze tijd. Weliswaar is er niet langer sprake van kerkelijke dwingelandij of vorstelijke willekeur, maar de strijd om de waardigheid van de mens is nog nooit zo actueel geweest als juist in onze eeuw met volstrekt verwerpelijke ideologieŰn en dictators.
De vrijmetselarij laat zien dat een leven met diepgang, met religieus besef mogelijk is, zonder van kerkelijke dogma's en overheden afhankelijk te zijn.
De vrijmetselarij laat zien dat het mogelijk is de individuele mens centraal te stellen en gelijktijdig te werken aan de samenleving.
Voor de vrijmetselaar vloeien zelfontplooiing en gemeenschapszin naadloos in elkaar over. De vrijmetselarij biedt op de drempel naar de 21ste eeuw een beproefde eeuwenoude methode die nog niets aan waarde heeft ingeboet.

Mat Herben (naar de top van dit document)

 

DE TOEKOMST BESTAAT NIET

 

Te beginnen met een citaat:

Het antwoord ligt niet in het verstand.
Je kunt het denken niet gebruiken
om je te bevrijden van de problemen
en kronkels die het denken zÚlf heeft gecreŰerd.
Het is een nobel streven,
maar gedoemd om te mislukken.
John Wheeler

 

Of ik inspiratie had voor een bouwstuk? Die vraag kwam tot mij toen ik tot over mijn oren in mijn werk zat, met deadline na deadline. Zo veel dat het niet echt meer leuk was. De energie glipt door je vingers en je denkt: nee, dat niet ook nog.

Na een moment van berusting en rust zag ik even later in dat ik er eigenlijk ook wel zin in had: proberen uiting te geven aan je zielenroerselen volgens de mašonnieke traditie. Ik hoef geen verheffing te verdienen met dit bouwstuk en kan behalve jullie respect dus niet al te veel verliezen. Dat geeft meer vrijheid om een onderwerp te kiezen. Als de bouwstukken van de afgelopen jaren me ÚÚn ding geleerd hebben is het dat: als het bouwstuk na aan het hart ligt van de spreker, dan is de kans dat het overkomt groot. Dus daarmee had ik het kompas bepaald (schietlood??) waar mee ik mijn onderwerp kon uitkiezen.

Inspiratie had ik juist het voorafgaande weekend opgedaan. De afgelopen maanden was ik bezig met het thema "leven in het NU". Franca attendeerde mij op een workshop die hierover ging met de uitdagende titel NU OF NOOIT.

Graag ga ik kort in op de hoofdpunten van de workshop. Vervolgens ga ik in op wat het gedachtegoed bij mij te weeg gebracht heeft. Tot slot ga ik na of er Mašonnieke aspecten te ontdekken zijn.

Kracht van het NU

De workshop werd gegeven door een zekere Erik. Erik is het type workshop-leider die met een kopje thee in de hand dromerig voor zich uit kijkt en ter plekke bedenkt wat hij wil gaan zeggen. Rationele types als ik verwachten een doortimmerd betoog dat van A via B naar C gaat en verder. Als een dergelijk verhaal te falsificeren is, ben ik bereid de Erik's van deze wereld het voordeel van de twijfel te geven. Zo ging deze Erik echter niet te werk.
Erik begon na wat gezellig gekeuvel, om ons op ons gemak te stellen, met een al-omvattende stelling: alle ellende op de wereld is afkomstig uit een en hetzelfde fenomeen, namelijk: "de mens verzet zich tegen zijn vervelende gevoelens". Zijn hele leven probeert de mens het NU waarin hij geconfronteerd wordt met die vervelende gevoelens, te ontlopen. Het grootste probleem is niet de pijn zelf maar de weerstand er tegen. De mens is onnoemelijk vindingrijk in het vinden van manieren om dit NU te ontlopen: sex, drank, sport, drugs, hard werken, maar ook onschuldiger activiteiten als het kijken naar een film of het lezen van een boek hebben (vaak) als achtergrond dat je even uit het NU wilt ontvluchten: het NU is te onaangenaam en elders is het beter.

Blijkbaar denken wij dat de toekomst of het verleden ons meer te bieden heeft: hoe zit dat?

De Toekomst
Wij zijn geprogrammeerd om ons hele leven achter de toekomst aan te jagen: morgen wordt alles beter en daarom zijn we bereid om NU allerlei ellende te ondergaan. Het kan ook zijn dat morgen alles nog slechter gaat en we nu al de ellende voelen over het feit dat het in de toekomst allemaal mis zal gaan. Het beroemde spreekwoord "de mensch leidt het meeste onder het leiden dat hij vreest" lijkt hier een onomkeerbare waarheid.

Verleden
Ook kan het zijn dat we denken dat alles vroeger beter was, waardoor we gedwongen worden om het NU over ons heen te laten komen: het verleden wordt zo geromantiseerd. Ook het verleden wordt als excuus gebruikt: in het verleden zijn verschillende dingen mis gegaan (slechte jeugd, verkeerde opvoeding, "te kleine schoentjes") waardoor we ons nu zo ellendig voelen als we ons voelen. Hierdoor hoeven we ons niet verantwoordelijk te voelen voor ons eigen welbevinden: de oorzaak ligt immers in het verleden en we kunnen ons wentelen in de gedachte dat wij zielig zijn en we eigenlijk alle troost van de wereld verdienen.

Ik weet niet hoe het met u is gesteld, maar in de zaal waren veel mensen die zich herkenden in deze analyse. De volgende stap in de workshop verwijst naar de titel van dit bouwstuk: toekomst en verleden bestaan niet. Toekomst en verleden zijn slechts constructies, illusies. Het enige dat bestaat is het NU. Alle problemen komen voort uit denken aan en in het verleden en de toekomst. In het NU zijn er geen problemen.

Kortom prikkelende gedachten, waar de zaal knap zenuwachtig van werd. Nu zijn er over dit gedachtegoed diverse boeken geschreven en zou je kunnen verwachten dat Erik ons met allerlei welles/nietus achtige argumenten de rest van de dag zou vervelen. Dit bleek niet het geval. EÚn dame was ondertussen zo van de kook geraakt dat ze Erik bij voortduring lacherig probeerde te interpreteren, want ze wilde gelukkig worden en wilde geen woord missen. Zij werd door Erik naar voren gevraagd en verzocht om voor de groep te gaan zitten en te voelen hoe het was als zo'n groep (die je nog niet kent) naar je zit te kijken. De dame bleef eerst nog wat zenuwachtig giechelen, maar zij werd uitgenodigd om bij zich zelf te blijven en naar haar gevoelens te kijken. Zij moest de gevoelens toelaten, zonder dat zij zich er door mee liet slepen. Ze moest proberen de gevoelens te lokaliseren in haar lichaam (even boven de buikstreek) en werd gevraagd op enige afstand naar die gevoelens te kijken. Bijzonder was dat zij steeds rustiger en serieuzer werd en langzaam aan door de vragen van Erik op een rustige manier emotioneel werd. Het bleek dat zij voor het eerst van haar leven gevoelens waar ze meestal van wegvluchtte recht in het gezicht durven te kijken. Het monster van de angst blijkt als je je 180 graden omdraait en hem recht in het gezicht kijkt, een klein schoothondje te zijn dat al snel verdampt. Volgens Erik en de dame had zij even toegang gekregen tot het nu en even de strijd tegen het gevoel opgegeven.

Wat deed dit alles mij?

De workshop intrigeerde mij: zowel de inhoud als de manier waarop het werd gebracht. Het zette me aan het denken en bracht me in beweging. Het leidde ook tot verwarring: wat moet ik er nu precies mee en wat betekent dit voor mijn leven? Ik ben de leeftijd gepasseerd waarbij nieuwe inzichten mijn hele leven op zijn kop zetten, maar ik ben altijd zeer ge´nteresseerd in koerswijzigingen, zowel fundamentele als kleinere aanscherpingen

Ik had het gevoel dat met dit verhaal een essentie werd bloot gelegd, een flard van de eeuwige waarheid. En flarden van iets moois smaken naar meer. Zoals een goed macon betaamt zwelg ik niet bij de eerste flard maar ga kritisch opzoek naar verdere flarden in de hoop meer puzzlestukjes te vinden.

Op dit moment sta ik in mijn werk fors onder druk omdat de resultaten lager zijn dan het budget. De afgelopen weken heb ik mij daar erg zorgen over gemaakt. Deze workshop leerde me (opnieuw en diepgaander dan voorheen) dat dit een zinloze activiteit is die ook nog eens veel verkeerde energie geeft. Ik kon deze zorgen beter loslaten door me te concentreren op het NU: wat voel ik nu en wat kan ik NU doen. Ik realiseerde me dat ik te veel vasthoudt aan de situatie waarin ik me nu bevindt: als ik bereid ben om die los te laten komen er nieuwe momenten. Ik heb geprobeerd mijn eigen angst op dit punt in het gezicht te zien: dit is een weg waarbij je niet in een keer van je eigen angst bevrijdt bent, maar ik heb ook daar een flard gezien van wat er mogelijk is. Verder probeer ik te vertrouwen in de Kosmos (de opperbouwmeester van het Heelal) te hebben dat er iets moois voor in de plaats komt, als het al zo zou moeten zijn.

Waarom het mij ook aansprak is omdat een apel werd gedaan op het NIET DENKEN. De illusie dat je bent wat je denkt ("je pense, donc je suis") werd doorbroken en ik kon dat aan den lijve ervaren, voor het moment. Ik kon even boven mijzelf uitstijgen en zien dat ik NIET samenviel met die 600.000 gedachten die ik per dag schijn te produceren. Het EGO is als de naaf van een fietswiel: de spaken draaien met enorme snelheid rond, terwijl de naaf schijnbaar onaangedaan in het midden toekijkt. Onze kern verandert niet wezenlijk door alle zorgen die wij dagelijks menen te hebben.

Zijn er mašonnieke verbanden te ontdekken?

Het meest duidelijk was voor mij de verwijzing naar het "ken u zelve". Tot voorkort had ik het "ken u zelve" vooral ge´nterpreteerd als weet waar je vandaan komt en maak daarin keuzes. Neem niet automatisch of klakkeloos aan wat je bewust of onbewust heb meegekregen uit je opvoeding. Nu heb ik gezien dat het er ook om gaat om het NU toe te staan, de gevoelens in het NU te kennen en deze met aandacht te aanschouwen. Op die manier leer je jezelf ook kennen en - zo denk ik nu - op een nog wezenlijker manier. Bijzonder hierbij is dat je hierdoor tevens je broeders of andere medemensen beter leert kennen: de gevoelens van de ander maken op de een of andere manier ook deel uit van mijn gevoelens, al uit ik ze anders. Op die manier heb ik voor mij zelf weer een nieuwe brug geslagen tussen mijzelf en mijn medemens en kan ik me met hen verbinden in plaats van me van hen gescheiden te voelen.

De essentie van het bestaan wordt voor mijn gevoel weergegeven door de ruimte tussen de winkelhaak en de passer. Een deel van deze essentie wordt zichtbaar als ik echt in het NU kan leven, zonder weerstand en met liefdevolle aandacht. Wat mij betreft dus voer van mašonnieke betekenis.

Verder zie ik dit soort ontwikkelingen als de knopen in het touw van het levenspad op het tableau. Lastig is dat je je eigen knopen moet formuleren, daar biedt het tableau geen aanknopingspunten voor.

Eerwaarde meester u vroeg om inspiratie. Ik heb gekeken naar wat mij heeft ge´nspireerd de afgelopen periode en ik heb het u proberen te verwoorden. Ik hoop dat ik aan u wens heb voldaan.
.

De enige onvrijheid die er is
bestaat uit de gedachten en overtuigingen
die we over onszelf hebben.
Erik van Zuydam

 

(naar de top van dit document)

'Hunzelven ten goede, anderen ten zegen'

Loge Via Lucis 60 jaar:
Voordracht Mat Herben tijdens Zomer Sint Jan, 20 juni 2007

De Haagse Loge Via Lucis kan niet bogen op een eerbiedwaardige ouderdom die eeuwen terug gaat, noch op een bijzonder groot aantal leden. Toch heeft zij in een tijdsspanne van 60 jaren een bijdrage aan de bouw geleverd, waarvoor de leden zich niet hoeven te schamen. De logegeschiedenis toont markante feiten en vooral markante mensen. De mede-oprichter Jan Onderdenwijngaard bijvoorbeeld, pseudoniem van J.C.W. Polak, die in 1963 koning Hoessein van JordaniŰ inwijdde als vrijmetselaar. De pianist en componist Huig Hugo van Dalen, die in zijn jonge jaren Rachmaninoff in ons land introduceerde. Zijn vorig jaar overleden zoon Serge, ook lid van Via Lucis, herinnerde zich nog hoe hij als kleine jongen op de knie zat bij de grote Russische componist. De levensloop van prof. dr.ds. Serge Hugo van Dalen, hervormd dominee en Russisch-Orthodox priester, is trouwens een verhaal op zich. En dan de koopvaardijkapitein Teun de Graaf, geboren in 1898, overleden in 1999. In de oorlog belandde hij in Stalag X B, nadat de Duitsers zijn schip tot zinken hadden gebracht. We kunnen de bekende schilder Theo Bitter (1994) noemen, die grote invloed heeft gehad op het Haagse kunstleven. Maar ook de tandarts Robin Lentze (1995), die baanbrekend werk verrichtte op het gebied van tandheelkundige zorg aan geestelijk gehandicapten. Cor Don (2006) was een gezaghebbend hydrograaf. Arie de Lange (2006) was een echte leraar en therapeut, die veel te vroeg van ons is heengegaan. Deze en nog vele andere leden van de Loge Via Lucis gaven de afgelopen zestig jaren op bijzondere wijze uitdrukking aan het 'Op u komt het aan!', de uitdrukking die iedere vrijmetselaar in het geheugen staat gegrift.

Na de bezetting
Via Lucis is de eerste loge die na de Tweede Wereldoorlog in Nederland wordt opgericht. De loge mag twee historische data in de geschiedenis van de Haagse vrijmetselarij op haar naam schrijven. In 1947 het weer in gebruik nemen van de door de Duitsers vernielde tempel aan de Fluwelen Burgwal en in 1993 het verzorgen van de eerste inwijding in het nieuwe logegebouw aan de 2e Sweelinckstraat. We gaan zestig jaar terug in de tijd en citeren uit het Algemeen Mašonniek Tijdschrift, jaargang 1947. "Op 5 juni j.l. werd de tempelruimte in het Ordegebouw, welke door de Duitschers tijdens de bezetting werd ontwijd, geconsacreerd, welke wijding gevolgd werd door de opening van de Loge Via Lucis. Beide plechtigheden werden verricht door de Hoogeerwaarde Grootmeester. Onder plechtige orgelmuziek, voorafgegaan door den Grootceremoniemeester, begaven drie broeders van de nieuwe loge, elk dragende een kandelaar met drie lichten, gevolgd door den Grootmeester dragende op een kussen het 1e Groote Licht, de Grootopzieners dragende op kussens het 2e en 3e Groote Licht, twee broeders van de nieuwe loge dragende het opgerolde tableau, de Grootsecretaris met den Constitutiebrief, de overige Grootofficieren, de Voorzittend Meester der nieuwe loge en de overige leden dier loge, zich tempelwaarts.
Toen de stoet voor de Tempelpoort was aangekomen, klopte de Grootceremoniemeester met den Leerlingslag op de Tempeldeur. De Grootbouw- en meubelmeester vroeg wat de broeders verlangden. De Grootceremoniemeester antwoordde: "Zij wenschen in dit Oosten een nieuwe Werkplaats te stichten, gewijd aan de beoefening der Koninklijke Kunst, opdat in die Werkplaats gearbeid worde den Opperbouwmeester ter eere, hunzelven ten goede, anderen ten zegen", waarna de Tempelpoort werd geopend. Nadat eenieder zijn plaats had ingenomen, sprak de Grootmeester:
"Alle haat en tweedracht worden voor altijd van deze plaats gebannen. Voor immer weg van hier met alle nijd en afgunst. Broeder Dekker, sluit thans de Tempelpoort weer en houdt daarbij trouw de wacht, opdat strijd en tweespalt hier nimmer binnentreden."
Hierna werd op gebruikelijke wijze de Grootloge geopend. De constitutiebrief werd door den Grootsecretaris voorgelezen, waarna de Grootmeester overging tot de wijding der Loge Via Lucis. Eerst wijdde hij de Loge met koren, als symbool van de volheid en overvloed der gaven van een vruchtdragenden geest. Daarna met wijn als symbool van dankbaarheid voor den vrede des harten, gerijpt in de stralen van de zon der liefde, om tenslotte deze Loge te wijden met olie als het zinnebeeld van vrede en harmonie.
Nadat de Grootsecretaris aangekondigd had dat van nu aan in het Oosten van 's-Gravenhage gevestigd is een regelmatig geconstitueerde Loge Via Lucis, leverden de broeders Poth en Hugo van Dalen een indrukwekkend muzikaal bouwstuk op, waarna de Grootmeester de Voorzittend Meester van Via Lucis (Jan Blokpoel,MH) installeerde en de leiding der werkzaamheden aan hem overdroeg. Deze installeerde zijn officieren en vormde eerst met de leden van Via Lucis de broederketen. Daarna verzocht hij alle 160 aanwezigen de broederketen te vormen, waarin de broeders van Via Lucis zich oplosten. Daarbij klonk 'In diesen heiligen Hallen' van broeder Mozart."
Volgens de AMT-verslaggever waren de aanwezigen zichtbaar onder de indruk. Na de donkere jaren van de bezetting was de vrijmetselarij weer actief in de opgeknapte Haagse tempel.

Negen oprichters
Aan deze plechtigheden is natuurlijk het nodige voorafgegaan. Hoewel de constitutiebrief is gedateerd op 1 maart 1947 en de installatie plaatsvond op 5 juni, vingen de werkzaamheden reeds aan op 10 september 1946. Toen kwamen de broeders Blokpoel, Onderdenwijngaard, Van Arkel, Versteeg en Kraan om 22.00 uur bijeen op het kantoor van Onderdenwijngaard, Plaats 20 te Den Haag. Zij besloten een nieuwe werkplaats op te richten. Van begin af aan was het de bedoeling dat de nieuwe loge een beperkt aantal leden zou tellen, zodat de onderlinge banden hecht konden blijven. Op de tweede bijeenkomst werd de kring uitgebreid met de broeders Bosch van Drakestein, Van Sierenburg de Boer, De Vries, Oudshoorn en Van de Pol, terwijl Kraan zich terugtrok. De negen broeders stelden de aanvraag aan het hoofdbestuur op. In een derde bijeenkomst werd door de negen oprichters een beginselverklaring samengesteld. Ieder nieuw lid diende deze verklaring te ondertekenen. In de tekst wordt vermeld dat de loge zal worden gesplitst, zodra het aantal van 60 leden is bereikt. Ook zijn de oprichters van mening dat een hartelijke, broederlijke verhouding meebrengt, dat alle leden elkaar tutoyeren. Onderdenwijngaard stelde de naam 'Via Lucis - De weg des Lichts' voor, naar de titel van een boek van de Tsjechische pedagoog/theoloog Jan Amos Comenius. Deze keus houdt uiteraard verband met de lichtsymboliek. Comenius wilde de internationale rechtsorde bevorderen, waarbij algemene opvoeding voor hem hÚt middel is om dat doel te bereiken. Zijn werk Via Lucis bevat de uitgewerkte plannen over opvoeding die zijn ontsproten aan zijn Pansophia: een alwijsheidsleer waarin ook het pacifisme van Comenius wortelt. De pansofie is een systeem van geordende kennis, van God uitgaande en naar God leidende, hogere wetenschap. De mens zou leren geschillen te beslechten door de waarheid in het licht van deze kennis te stellen en niet door geweld. Het werk werd in 1641-'42 in Engeland geschreven. Hoewel een rechtstreeks verband met de ontstaansgeschiedenis van de vrijmetselarij niet is aangetoond, heeft Comenius ongetwijfeld invloed gehad op het gedachtengoed.

De loge groeide van 16 leden in 1947 naar 52 in 1954. Daarna ontstaat een conflict tussen de aftredende voorzitter Onderdenwijngaard en het hoofdbestuur der Orde. Onderwijngaard wil met twaalf broeders een nieuwe loge stichten, hetgeen niet wordt toegestaan. Daarna richt hij de irreguliere grootloge Fiat Lux op, die uiteindelijk drie loges zal tellen. In Fiat Lux wordt onder andere koning Hoessein van JordaniŰ ingewijd. Na het overlijden van Onderdenwijngaard keren de meeste Nederlandse leden terug bij loges, werkend onder het Grootoosten.
In 1955 resteren 34 leden. Er treedt een lichte toename op, maar in 1976 gaat het weer bergafwaarts. Een injectie vanuit de loge Vincent La Chapelle - - doet het ledental stijgen, maar in 1985 vertrekken diverse leden naar de loge Silentium in Delft. Uiteindelijk richten zij de nieuwe Delftse loge Fides op. Anderen keren eind jaren tachtig terug naar Vincent La Chapelle. Bovendien reist een vijftal broeders af naar het Eeuwig Oosten. Het ledental blijft daardoor in de jaren negentig ondanks een gestage aanwas steken rond de dertig. In 1995 stijgt het ledental weer door de toetreding van negen broeders, afkomstig van de Haagse zusterloge De Broederketen, die de Lichten heeft gedoofd. Na jaren van voorspoed was het de afgelopen jaren te verwachten dat statistisch gezien enkele broeders de aardse werktuigen zouden moeten neerleggen.

De toekomst van de loge Via Lucis ziet er vrij zonnig uit, zeker in vergelijking met de meeste andere Haagse loges, die kampen met vergrijzing van het ledenbestand. Voor die vergrijzing zijn twee natuurlijke oorzaken aan te geven: de bevolking van Den Haag telt relatief veel ouderen en het vrijmetselaarschap is een geestrijke en gezonde bezigheid die tot op hoge leeftijd kan worden volgehouden. De voornaamste redenen moeten echter worden gezocht in de veranderde maatschappij. Vˇˇr de Tweede Wereldoorlog lag de gemiddelde leeftijd bij aanmelding onder de veertig. Tegen die leeftijd had de doorsnee Nederlandse man een voltooid gezin en zijn plaats in de samenleving bepaald. Thans is de gemiddelde dertiger nog volop bezig met zijn maatschappelijke carriŔre en soms zelfs nog niet begonnen met het stichten van een gezin. In deze fase is de behoefte om zich met de grote levensvragen bezig te houden, doorgaans nog sluimerend. Vandaar dat de gemiddelde kandidaat een gevorderde veertiger is. Natuurlijk zijn er ook twintigers en dertigers die zich aanmelden. Het betreft dan bijna altijd jongeren met historische of filosofische belangstelling (bijvoorbeeld studenten), dan wel zonen van vrijmetselaars. Statistisch gezien staan deze jongeren tegenover de toenemende groep van jong gepensioneerden, die rond hun zestigste nog energiek genoeg zijn om iets nieuws aan te pakken. Twee leeftijdsgroepen overigens die elkaar in de loge goed aanvullen. Ervaring Ún jeugdig enthousiasme zijn beide onmisbaar voor een bloeiend logeleven. Via Lucis mag de toekomst daarom optimistisch tegemoet zien.

Zoals het rituaal aangeeft, is deze Sint-Jansdag zowel een rustpunt als een keerpunt op onze levensweg. Wellicht neemt u in de vakantie de tijd eens een kathedraal te bekijken. Laten wij de in de voetsporen treden van de middeleeuwse kathedralenbouwers. Zij bouwden hun kathedralen om te getuigen van het Licht. Daarbij vervulden de glas-in-loodramen een uiterst belangrijke rol. Het is de verdienste van de alchimisten geweest dat zij door hun kennis van de metalen, die prachtige kleurrijke vensters konden maken. Bijvoorbeeld het schitterende roosvenster in de kathedraal van Chartres. Is dat geen prachtig symbool van het zuivere en geordende licht van de Opperbouwmeester des Heelals, net zoals de witte roos waarmee wij ons heden hebben getooid?
Vensters van kathedralen Ún vrijmetselaars zijn getuigen van het Licht. In die vensters zijn doorgaans figuren van heiligen afgebeeld. Het zonlicht dat door de ramen speelt, schijnt dˇˇr die heiligen heen. Ook wij moeten in onze levenswandel het Licht dˇˇr ons heen laten schijnen, naar onze medemens. Het Licht doorgeven, is onze taak. Dat vraagt harde arbeid. Daarom beschermen wij ons met schootsvel en handschoenen. Johannes maakte de weg des Heren recht. Struikelblokken moeten worden opgeruimd. Johannes kwam immers, zo staat geschreven, om onze voeten te richten op de weg van de vrede.
Het ritueel houdt ons de drie plichten van de vrijmetselaar voor: trouw aan onszelf, de medemens steunen, ons oog richten op de Opperbouwmeester. Als wij zo handelen, mogen wij ons volgelingen van Johannes noemen. Dan kan de bouw voortgang vinden en zal de loge Via Lucis ook voor komende generaties vrijmetselaren de Weg van het Licht kunnen zijn.

Mat Herben

naar de top van dit document)


Veelgestelde vragen over vrijmetselarij

Tekst: Mat Herben

Jaren geleden interviewde Mat Herben de ervaren vrijmetselaar mr. drs. Jan van der Poel. Die gaf vanuit zijn grote mašonnieke ervaring zijn persoonlijke visie op veelgestelde vragen. Van der Poel overleed in 1999. Dat interview is de moeite waard onder bredere aandacht te worden gebracht.

Vormen vrijmetselaren een sekte?
Integendeel, precies het tegenovergestelde. Sekten worden bijeengehouden onder de discipline van een verplichte doctrine. De vrijmetselarij is een bonte verzameling van juist uitdrukkelijk zelfstandige zoekers, die in hun opvattingen geheel vrij zijn en uit een scala van denk- en geloofsrichtingen afkomstig zijn. De benaming 'sekte' is volgens Van Dale van toepassing op groeperingen die zich afsplitsen van een kerkgemeenschap op grond van afwijkende opvattingen betreffende een niet-centraal geloofspunt. De vrijmetselarij is daarentegen een middelpunt van vereniging, bedoeld om personen onder behoud van hun eigen bijzondere meningen in ware vriendschap tot elkaar te brengen.

Maar wat bindt hen dan samen? Is dat niet een religie?
De vrijmetselarij is zeker religieus, maar is paradoxaal geen religie. De samenbindende kracht is de in ieder levende behoefte samen een levensweg te volgen die de mens bevrijdt van het dominerende ego, hem tot een 'zuiver' mens kan maken, hem kan leiden tot een paradijs van harmonie met de anderen, in harmonie ook met de levenswetten. Een levensweg die hem kan brengen tot de schoonheid van de ultieme levensaanvaarding en - wat hetzelfde is: de allesomvattende liefde. Deze weg wordt wel genoemd de 'Via Lucis': de weg van het licht.

Hoe verhoudt dit zich tot de wereldreligies?
Het vormt er de kern van, ja misschien is het wel de oergrond waaruit zij zijn voortgekomen: de Vedanta, het Boeddhisme, het Tao´sme, de Torah, het Evangelie. Wellicht is het de vruchtbare bodem, waarin dit alles is ingebed. Immers in ieder mens sluimert een intu´tief inzicht omtrent de diepste grond van het leven. In de stilte van ons binnenste kunnen wij dat ervaren.

Heeft de vrijmetselarij met haar symbolen en riten niet iets kunstmatigs, een overblijfsel uit de 17de en 18de eeuw?

Die zienswijze houdt geen stand. Allereerst geldt voor de inhoudelijkheid, waar het eigenlijk om gaat, dat deze tijdloos en universeel is, waarbij elke mens zijn eigen beleving opbouwt en ervaart. Het complex van mythen, symbolen en riten is een eeuwenoude, maar zich voortdurend vernieuwende creatie van de gnostische onderstroom die al sinds het begin van onze jaartelling de gevestigde godsdiensten begeleidt, maar ook doorvlecht en verrijkt. De basisrituelen van de vrijmetselarij vertonen ook gelijkenis met die van het oude christendom, dat tot in de vierde eeuw nog als mysteriegodsdienst werd beleefd. Toch kan men niet stellen dat de vrijmetselarij afstamt van oude mysteriegodsdiensten of het vroege christendom. De gebruikte werkwijze biedt aanknopingspunten, maar de leer niet. De vrijmetselarij kent immers geen leer of geloofsbelijdenis.

Wat kan men dan beschouwen als de oorsprong van de vrijmetselarij?

Er is niet ÚÚn oorsprong, er zijn vele wortels. Vrijmetselarij is diep geworteld in onze Westerse beschaving. Zo is de werkwijze met symbolen en riten, met mythen en allegorische uitleg van gewijde teksten afkomstig uit de sto´cijnse filosofie, alsmede het pythagorisme en platonisme van de Oudheid. Jodendom en christendom werden door de Griekse filosofie be´nvloed. De organisatievorm is ontleend aan de middeleeuwse bouwgilden. De bouw- en lichtsymboliek werd ook gehanteerd bij de kathedralenbouw en is onder andere aan de Bijbel ontleend. De zinnebeeldige hantering van deze en andere gegevens stelt het vrije zoeken van de individuele mens centraal, zonder tradities af te breken.

Heeft vrijmetselarij in de 21ste eeuw nog zin?
Stellig. In onze tijd is er opnieuw een kritieke confrontatie tussen de wereldgodsdiensten onderling en van deze met de natuurwetenschap, zoals zich ook rond het begin van onze jaartelling en omstreeks de 17de eeuw heeft voorgedaan. In de Grieks-Romeinse periode werd vernieuwing gebracht door symbolisme, allegorie en verinnerlijking. Men kan stellen dat de godsdienstoorlogen en het rationalisme van de 17de en 18de eeuw leidden tot het ontstaan van de moderne vrijmetselarij. Ook in onze dagen zijn er vergelijkbare problemen:
1. Hoe kan voor de gemiddelde mens de contradictie tussen de verschillende godsdiensten worden overbrugd met behoud van geloofwaardigheid?
2. Hoe is religie in overeenstemming te brengen met de resultaten van de natuurwetenschappen?
Het eerste probleem kan ook nu weer uitsluitend worden opgelost door het inzicht dat de ene bron van alle religiositeit dezelfde is, n.l. de in alle mensen sluimerende intu´tie, die telkens weer wordt vertolkt in bij de cultuur, plaats en tijd passende beelden. De mašonnieke Via Lucis, waarvan de symbolen niet meer willen zijn dan uitnodigende poorten op de weg naar dieper inzicht, biedt daartoe alle ruimte.
Het tweede probleem is veel moeilijker. Het vereist, met behoud van de onmisbare religieuze intu´tie, aanpassing van de beeldvorming naar hogere abstracties, in permanente dialoog met gespecialiseerde wetenschappers. Dat moet zeker gebeuren, op straffe van moedeloosheid en nihilisme. Juist de verdraagzame vrijmetselarij zou bij uitstek geschikt zijn om bij te dragen aan een dergelijke dialoog. Er zijn tal van spanningsvelden van levens- en wereldbeschouwelijke aard die zich eens (wellicht spoedig) zullen ontladen. Enkele voorbeelden: Het brain-mind probleem (is er 'geest'?); evolutie versus schepping; causaliteit annex schuld (beide in verband met de vraag naar het karakter van tijd); individualiteit (onder andere biochemisch gezien) en ga zo maar door. De vrijheid en de pluriformiteit van de vrijmetselarij maken haar geschikt om bij deze confrontaties een bijdrage te leveren. De enige vraag is: Durven en kunnen haar adepten dit aan? De tijd zal het leren.

 

naar de top van dit document