| BOUWSTENEN VRIJMETSELAREN
EN DE STRIJD VOOR MENSENRECHTEN DE TOEKOMST
BESTAAT NIET 'HUNZELVE
TEN GOEDE, ANDEREN TEN ZEGEN' VEELGESTELDE
VRAGEN OVER VRIJMETSELARIJ Een
voorbeeld van een gedachtengang welke in onze loge kan passeren: VRIJMETSELAREN
EN DE STRIJD VOOR MENSENRECHTEN Openbare lezing in Den Haag op 8 mei 1999
door Mat Herben. Welkom in het Haags Logegebouw, het trefpunt van 600 vrijmetselaren
uit Den Haag en omgeving. Ik ben een van hen, mijn naam is Mat Herben. Deze lezing
zal ik gebruiken voor een beknopte geschiedenis van de vrijmetselarij, toegespitst
op de bijdrage die vrijmetselaren hebben geleverd aan de ontwikkeling van de rechten
van de mens. Tot slot ga ik in op de vraag of de vrijmetselarij nog actueel is
in onze 'verlichte tijd'. Daarna kunt u vragen wat u wilt, behalve mijn pincode. Vrijheid,
verdraagzaamheid, broederschap. Drie trefwoorden waarmee de vrijmetselarij kan
worden gekarakteriseerd. De vrijmetselarij gaat uit van ieders recht om zelfstandig
te zoeken naar waarheid, streeft naar de algemene broederschap der mensen, kweekt
verdraagzaamheid, zoekt op wat mensen en volken verenigt en tracht verdeeldheid
weg te nemen. De vrijmetselaar komt in de loge om een beter mens te worden.
Niet om beter te worden dan een ander, dat zou strijdig zijn met het uitgangspunt
van de gelijkwaardigheid, maar om zichzelf te verbeteren. Een mens bij wie denken,
voelen en willen in harmonie zijn. In vrede met zichzelf en zijn omgeving. Iemand
die zijn draai gevonden heeft. Vrijmetselarij is geen godsdienst, geen ideologie
of levensbeschouwing. En zeker geen sekte of geheim genootschap. De Orde van Vrijmetselaren
onder het Grootoosten der Nederlanden is een democratische vereniging, waarvan
de leden streven naar verdieping van inzicht op geestelijk en zedelijk gebied.
Grondslagen van de vrijmetselarij - Ieders recht zelfstandig
te zoeken naar waarheid. - Werken aan het welzijn van de samenleving.
- Verantwoordelijk voor eigen doen en laten. - Gelijkwaardigheid van alle
mensen. - Broederschap. | |
De vrijmetselarij in haar oudste vormen is voortgekomen uit de Britse
bouwcorporaties van de middeleeuwen en is in haar huidige organisatievorm al bijna
drie eeuwen oud. De betekenis van de vrijmetselarij als leerschool van deugd en
democratie is enorm geweest, vooral in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
De meeste grote filosofen van de Verlichting waren vrijmetselaar, Rousseau, Montesquieu,
Hume, Lessing, Goethe, enzovoorts. Vele koningen en presidenten, priesters en
dominees waren vrijmetselaar. Beroemde musici van Mozart tot Duke Ellington. In
Nederland schrijvers als Johannes Kinker, Multatuli en Frederik van Eeden. Ons
beperkend tot 'bekende Hagenaars' noemen we verder Prins Frederik (broer van koning
Willem II die zelf ook vrijmetselaar was), die Grootmeester was van 1816-1881
en Willem Drees, die niet alleen stenograaf van de Tweede Kamer was, maar ook
stenograaf van het hoofdbestuur der Orde. Drees werd in 1918 ingewijd in de Delftse
loge Silentium en bleef tot 1933 actief in de Orde. Om politieke redenen zegde
hij toen zijn lidmaatschap op en dat was achteraf maar goed ook. We hoeven er
maar aan te herinneren dat in 1941 Grootmeester Hermannus van Tongeren stierf
in het concentratiekamp Sachsenhausen. Zijn maçonnieke idealen heeft Drees
echter nooit verloochend, al zullen weinig Nederlanders het hebben beseft. Ontstaan:
Engeland is de bakermat van de vrijmetselarij, juister gezegd Groot-Brittannië,
want Schotland speelde een grote rol. In oude manuscripten uit de veertiende eeuw
wordt melding gemaakt van gebruiken en regels voor bouwlieden. Alleen de beste
vaklui waren in staat de 'freestone', een hoogwaardige kalksteen, tot bruikbare
steenblokken te verwerken. Van de benaming 'freestone mason', later samengetrokken
tot 'freemason', is ons woord 'vrijmetselaar' de vertaling. In de bouwloodsen
('lodge - loge') bij de kathedralen leidde de 'Master Mason' de leerlingen en
gezellen op. Men woonde en werkte er soms jarenlang samen. Er werd niet alleen
over het ambacht gesproken, maar ook over geestelijke waarden. De loge was leerschool
des levens. De bouwcorporaties kenden allerlei gedragsregels om het ambacht tegen
beunhazerij te beschermen. Waar men van de ene bouwplaats naar de andere trok,
waren tekens, handgrepen en wachtwoorden onmisbaar. Allerlei ontwikkelingen leidden
ertoe dat de zuiver ambachtelijke (operatieve) vrijmetselarij geleidelijk werd
omgevormd tot de bespiegelende (speculatieve) vrijmetselarij. Denk aan de Hervorming,
waardoor een einde kwam aan de bouw van gotische kathedralen en de Renaissance
die een klasse van erudiete architecten voortbracht. In 1666 woedde in het grotendeels
houten Londen een enorme brand, die tachtig procent van de stad in as legde. Voor
de wederopbouw in steen kwamen vanuit heel Engeland, maar ook van het vasteland,
veel bouwlieden naar Londen, waar ze van het parlement dezelfde rechten kregen
als de leden van de eens zo sterke Londense bouwgilden. Om financiële redenen
werden niet-ambachtslieden als 'accepted freemasons - aangenomen leden' toegelaten.
Op Sint-Jansdag, 24 juni 1717, werd in Londen door vier loges de eerste overkoepelende
Grootloge opgericht. Dit kan worden gezien als de geboortedatum van de moderne
vrijmetselarij. Daarna groeide de vrijmetselarij onstuimig. Men had genoeg van
de politieke twisten en godsdienstoorlogen. Velen voelden zich aangetrokken tot
de sfeer van broederschap in de loges, waar liefdadigheid werd beoefend en twistgesprekken
over godsdienst en politiek streng verboden waren. Een en ander vond uitdrukking
in het Constitutieboek dat in 1723 door de Schotse predikant James Anderson werd
opgesteld en waarin een bewerking was opgenomen van de 'Oude Plichten', zoals
deze eertijds in de bouwgilden golden. De Oude Plichten vormen nog steeds het
belangrijkste maçonnieke wetboek, waarin de zedelijke plichten van de vrijmetselaar
zijn vastgelegd. Een belangrijke plicht is het erkennen van het bestaan van de
Opperbouwmeester des Heelals. Een atheïstische vrijmetselaar is een contradictie,
althans in de reguliere vrijmetselarij. Alleen de niet-erkende irreguliere grootloges
in o.a. Frankrijk en België laten atheïsten, of beter gezegd agnosten,
toe. Proeftuin democratie: Dat de vrijmetselarij zich zo snel verspreidde,
is niet verwonderlijk. In die tijd waren er geen andere verenigingen waarin mannen
met uiteenlopende beroepen en maatschappelijke achtergronden, met verschillende
politieke en levensbeschouwelijke overtuigingen, elkaar konden ontmoeten. Tegenwoordig
kunnen we ons dit nauwelijks voorstellen met onze overvloed aan politieke partijen
en sportverenigingen. Die bestonden toen nog niet. De vrijmetselarij heeft in
belangrijke mate bijgedragen aan het verdwijnen van rangen en standen, en nog
belangrijker, aan het ontstaan van democratische structuren. In een tijd dat heersers
nog absolute macht bezaten, introduceerden de loges een bestuursvorm waarbij de
voorzitter gekozen werd uit de "bekwaamste onder de bouwlieden". Op
hun beurt leerden de gekozen bestuursleden verantwoording afleggen aan de leden. Als
titel van deze lezing is gekozen: Vrijmetselaren en de eeuwenlange strijd voor
de mensenrechten. Dus niet: de vrijmetselarij en ..., want de vrijmetselarij als
organisatie heeft geen mening over politieke of godsdienstige vraagstukken. Het
wordt nadrukkelijk aan de individuele vrijmetselaar overgelaten onze grondslagen,
die uitgaan van de hoge waardigheid van de mens, te vertalen in politieke daden
of godsdienstige keuzes. De vrijmetselarij is een leerschool des levens, een levenshouding,
waarvoor de vrijmetselaar alleen aan zichzelf en niet aan de organisatie verantwoording
schuldig is. Nooit kan een vrijmetselaar, zelfs de Grootmeester niet, pretenderen
namens de vrijmetselarij uitspraken te doen over godsdienstige of wereldse zaken.
De vrijmetselaar komt in de loge om aan verbetering van zichzelf te werken
en daardoor zichzelf als bouwsteen te kunnen aanbieden aan de samenleving, aan
de bouw van de tempel der mensheid zeggen wij dan een beetje plechtig. Na een
bijeenkomst wordt de vrijmetselaar de tempel uitgestuurd met de opdracht zich
als een waarachtig vrijmetselaar te gedragen. Verbeter de wereld maar begin bij
jezelf, is een motto dat ons op het lijf zou kunnen zijn geschreven. Of
de vrijmetselarij een nuttige bijdrage levert aan de samenleving, in dit geval
aan de mensenrechten, kan dus alleen worden bekeken door de individuele gedragingen
van de leden na te gaan. Wie de ledenlijsten door de eeuwen heen bestudeert, ziet
een indrukwekkende lijst van beroemde figuren die zich door het gedachtengoed
van de vrijmetselarij hebben laten inspireren. Ik zondig vandaag een beetje tegen
onze gewoonte om niet te veel met beroemde namen te schermen. Een vrijmetselaar
is immers zelf verantwoordelijk voor zijn doen en laten. Hij verschuilt zich niet
achter anderen, hoe beroemd ook. Ik ontkom er echter niet aan u enkele namen te
geven, want aan de vruchten leer je de boom kennen. Over het ontstaan
van de mensenrechten schreef de Utrechtse hoogleraar Baehr onlangs een artikel
in het blad VN-forum. Citaat: "Ruim vijftig jaar geleden, op 10 december
1948, werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen door
de Algemene Vergadering van de VN in New York. Hoewel er naar tal van oorsprongen
kan worden verwezen, zijn de twee belangrijkste basisdocumenten de Amerikaanse
Bill of Rights (1776) en Grondwet (1791) en de Franse Verklaring van de Rechten
van de Mens en de Burger van 1789. In deze documenten wordt voor het eerst een
opsomming gegeven van mensenrechten in de zin van fundamentele individuele vrijheden.
Veel van die rechten zijn terug te voeren op ideeën van politieke denkers
als John Locke, Baron de Montesquieu en Jean-Jacques Rousseau." Om de
wortels van het denken over de mensenrechten te vinden, moeten we dus terug naar
de 18de eeuw, de Gouden Eeuw van de vrijmetselarij. Praktisch alle grote
denkers van de Verlichting waren vrijmetselaar, of sympathiseerden met het gedachtengoed.
Daarover is voldoende informatie te vinden in de gewone geschiedenisboeken. Ik
citeer daarom gemakshalve uit het standaardwerk 'Europa en de Verlichting' van
de Zwitserse hoogleraar Ulrich im Hof: " Onders de pijlers van de Verlichting
nemen de vrijmetselaars een voorname plaats in. Hun organisatie gaf de wensen
en ideeën van de Verlichting een institutioneel kader. De vrijmetselaarsloges
worden kweekplaatsen van tolerantie. De confessionele verschillen worden gerelativeerd,
al heel vroeg kunnen joden lid worden. (...) Edelen en burgers zijn elkaars gelijken.
Hier vindt men de school van wetenschappers, kunsten en goede zeden....hun vereniging
vormt het geleerdste gezelschap ter wereld." Ik zou ervan blozen als
ik het zelf had verzonnen, ik hoef gelukkig alleen maar voor te lezen wat deze
hooggeleerde heer heeft uitgezocht. In het kort samengevat: Het zijn de denkbeelden
van vrijmetselaars en hun geestverwanten die de inspiratie vormen van de Amerikaanse
Onafhankelijksverklaring en later de Amerikaanse grondwet. "All men are
created equal, they are endowed by their Creator with certain unalienable rights,
that among these are life, liberty, and the pursuit of happiness." Gelijkheid,
onvervreemdbare rechten als leven, vrijheid en het nastreven van geluk. Zonder
in filosofische of staatkundige bespiegelingen te willen vervallen, wijs ik even
kort op de organisatievorm van de Verenigde Staten: Een unie van dertien staten
die onder een gekozen president samenwerken. Een experiment dat niemand in die
tijd, waarin koningen absolute macht hadden, zou hebben aangedurfd, zonder het
voorbeeld van de vrijmetselarij. De organisatievorm van de VN was het enige geslaagde
democratische experiment op bestuursgebied. De vrijmetselarij heeft een rol
van enorme betekenis gespeeld bij het ontstaan van de Verenigde Staten. George
Washington, de eerste president, legde in maçonnieke kleding de eed af
op de logebijbel, omringd door andere vrijmetselaren. Hetzelfde gebeurde bij de
eerste-steenlegging van het Capitool. Sedert George Washington heeft Amerika nog
minstens twaalf vrijmetselaars als president gehad. In onze eeuw waren dat bijvoorbeeld
Theodore Roosevelt, die tot zijn grote verrassing werd ingewijd door zijn tuinman,
en later Franklin D. Roosevelt, Truman en Ford. Via de Amerikaanse revolutie
en de daarop volgende Franse revolutie belandden we volgens de geschiedenisboeken
in de moderne tijd. De krachtige impuls die de vrijmetselarij had gegeven werkte
door in de negentiende eeuw. De rechtstreekse invloed van de vrijmetselarij als
vereniging wordt minder aanwijsbaar door de opkomst van politieke partijen. Dat
is logisch en helemaal niet erg. Integendeel. De vrijmetselarij heeft zich juist
ingezet voor het recht van vereniging en het recht een politieke partij te vormen.
De vrijmetselarij wil zelf helemaal geen politieke partij zijn. De leden maken
hun individuele politieke keuze en daar heeft de organisatie niets mee te maken.
Ik noemde even het voorbeeld van de socialist Drees. Ik had ook de liberaal Oud
kunnen noemen. Om het spoor van de ontwikkeling van de mensenrechten te
kunnen volgen, moeten we zien welke politici daarbij een beslissende rol hebben
gespeeld. Dan valt direct de naam op van de grote Amerikaanse president Franklin
D. Roosevelt op. Hij werd in 1933 tot president gekozen en werd driemaal herkozen.
Roosevelt werd in 1911 ingewijd in loge Holland in New York en was zeer actief
in the Shriners, een charitatieve tak van de Amerikaanse vrijmetselarij die zich
inzet voor de gehandicapte jeugd. Roosevelt legde de grondslag voor de Verenigde
Naties. Daarover voerde hij al in 1941 besprekingen over een Atlantic Charter
met Winston Churchill, ook al vrijmetselaar. In een rede voor het Amerikaans
congres formuleerde hij zijn beroemd geworden Four Freedoms - Vier vrijheden.
Namelijk vrijheid van spreken, godsdienst, vrees en behoeftigheid. The Four Freedoms
Award wordt jaarlijks toegekend, het ene jaar in New York en de andere keer in
Middelburg. In handvest van de VN is al een verwijzing naar de mensenrechten
opgenomen en in 1946 werd een VN-commissie gevormd die ging werken aan de Universele
verklaring van de rechten van de mens. Voorzitter werd Eleanor Roosevelt, die
het werk voortzette in de geest van haar in 1945 overleden man. Artikel 1
van de Universele verklaring luidt: Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid
en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich
jegens elkander in de geest van broederschap te gedragen. Ook na de oorlog
zien we nog steeds invloedrijke politici die zich hebben laten inspireren door
het erfgoed van onze eeuwenoude broederschap. Denk aan Truman, die het Marshallplan
goedkeurde. Conservatieven, zoals Churchill, maar ook progressieven zoals Allende
en Mitterrand. Steeds weer zetten zij zich gedreven in voor democratische veranderingen.
Of voor de vrede, zoals bijvoorbeeld de onlangs overleden koning Hoessein van
Jordanië, die is ingewijd door een gewezen voorzitter van de Haagse loge
Via Lucis. Nog immer actueel: Hoewel ruim drie eeuwen oud heeft
de optimistische levenshouding van de vrijmetselarij, waarbij de individuele mens
centraal staat, nog niets aan waarde ingeboet. De gedachte dat mensen gelijkwaardig
zijn, broeders van elkaar, en begiftigd met onvervreemdbare rechten, is nog immer
actueel. De vrijmetselarij zorgde in de achttiende eeuw voor een doorbraak, door
het opkomende verlangen naar vrijheid van een deugdelijke filosofische en juridische
basis te voorzien. Belangrijker nog was het voorbeeld dat de loges gaven aan hun
tijdgenoten. Concreet lieten de vrijmetselaarsloges zien dat mensen van verschillende
sociale klassen, met verschillende godsdienstige opvattingen, uit verschillende
landen met elkaar konden samenleven, elkaar bijstand verleenden en respecteerden.
Heel uniek was de democratische verenigingsstructuur met een gekozen voorzitter,
die verantwoording moest afleggen. Wat een verademing na een eeuw van godsdienstoorlogen
en intolerantie. Wat een verademing in een tijd dat absolute koningen meenden
willekeurig over hun onderdanen te mogen heersen. De vrijmetselarij is een
ook levenshouding voor deze tijd. Weliswaar is er niet langer sprake van kerkelijke
dwingelandij of vorstelijke willekeur, maar de strijd om de waardigheid van de
mens is nog nooit zo actueel geweest als juist in onze eeuw met volstrekt verwerpelijke
ideologieën en dictators. De vrijmetselarij laat zien dat een leven
met diepgang, met religieus besef mogelijk is, zonder van kerkelijke dogma's en
overheden afhankelijk te zijn. De vrijmetselarij laat zien dat het mogelijk
is de individuele mens centraal te stellen en gelijktijdig te werken aan de samenleving.
Voor de vrijmetselaar vloeien zelfontplooiing en gemeenschapszin naadloos in elkaar
over. De vrijmetselarij biedt op de drempel naar de 21ste eeuw een beproefde eeuwenoude
methode die nog niets aan waarde heeft ingeboet. Mat Herben (naar
de top van dit document) |
| Te
beginnen met een citaat: Het antwoord ligt niet in het verstand.
Je kunt het denken niet gebruiken om je te bevrijden van de problemen
en kronkels die het denken zélf heeft gecreëerd. Het is een nobel
streven, maar gedoemd om te mislukken. John Wheeler
Of ik inspiratie had voor een bouwstuk? Die vraag kwam tot mij toen ik
tot over mijn oren in mijn werk zat, met deadline na deadline. Zo veel dat het
niet echt meer leuk was. De energie glipt door je vingers en je denkt: nee, dat
niet ook nog. Na een moment van berusting en rust zag ik even later in
dat ik er eigenlijk ook wel zin in had: proberen uiting te geven aan je zielenroerselen
volgens de maçonnieke traditie. Ik hoef geen verheffing te verdienen met
dit bouwstuk en kan behalve jullie respect dus niet al te veel verliezen. Dat
geeft meer vrijheid om een onderwerp te kiezen. Als de bouwstukken van de afgelopen
jaren me één ding geleerd hebben is het dat: als het bouwstuk na
aan het hart ligt van de spreker, dan is de kans dat het overkomt groot. Dus daarmee
had ik het kompas bepaald (schietlood??) waar mee ik mijn onderwerp kon uitkiezen.
Inspiratie had ik juist het voorafgaande weekend opgedaan. De afgelopen
maanden was ik bezig met het thema "leven in het NU". Franca attendeerde
mij op een workshop die hierover ging met de uitdagende titel NU OF NOOIT. Graag
ga ik kort in op de hoofdpunten van de workshop. Vervolgens ga ik in op wat het
gedachtegoed bij mij te weeg gebracht heeft. Tot slot ga ik na of er Maçonnieke
aspecten te ontdekken zijn. Kracht van het NU De workshop
werd gegeven door een zekere Erik. Erik is het type workshop-leider die met een
kopje thee in de hand dromerig voor zich uit kijkt en ter plekke bedenkt wat hij
wil gaan zeggen. Rationele types als ik verwachten een doortimmerd betoog dat
van A via B naar C gaat en verder. Als een dergelijk verhaal te falsificeren is,
ben ik bereid de Erik's van deze wereld het voordeel van de twijfel te geven.
Zo ging deze Erik echter niet te werk. Erik begon na wat gezellig gekeuvel,
om ons op ons gemak te stellen, met een al-omvattende stelling: alle ellende op
de wereld is afkomstig uit een en hetzelfde fenomeen, namelijk: "de mens
verzet zich tegen zijn vervelende gevoelens". Zijn hele leven probeert de
mens het NU waarin hij geconfronteerd wordt met die vervelende gevoelens, te ontlopen.
Het grootste probleem is niet de pijn zelf maar de weerstand er tegen. De mens
is onnoemelijk vindingrijk in het vinden van manieren om dit NU te ontlopen: sex,
drank, sport, drugs, hard werken, maar ook onschuldiger activiteiten als het kijken
naar een film of het lezen van een boek hebben (vaak) als achtergrond dat je even
uit het NU wilt ontvluchten: het NU is te onaangenaam en elders is het beter.
Blijkbaar denken wij dat de toekomst of het verleden ons meer te bieden
heeft: hoe zit dat? De Toekomst Wij zijn geprogrammeerd om ons hele
leven achter de toekomst aan te jagen: morgen wordt alles beter en daarom zijn
we bereid om NU allerlei ellende te ondergaan. Het kan ook zijn dat morgen alles
nog slechter gaat en we nu al de ellende voelen over het feit dat het in de toekomst
allemaal mis zal gaan. Het beroemde spreekwoord "de mensch leidt het meeste
onder het leiden dat hij vreest" lijkt hier een onomkeerbare waarheid. Verleden
Ook kan het zijn dat we denken dat alles vroeger beter was, waardoor we gedwongen
worden om het NU over ons heen te laten komen: het verleden wordt zo geromantiseerd.
Ook het verleden wordt als excuus gebruikt: in het verleden zijn verschillende
dingen mis gegaan (slechte jeugd, verkeerde opvoeding, "te kleine schoentjes")
waardoor we ons nu zo ellendig voelen als we ons voelen. Hierdoor hoeven we ons
niet verantwoordelijk te voelen voor ons eigen welbevinden: de oorzaak ligt immers
in het verleden en we kunnen ons wentelen in de gedachte dat wij zielig zijn en
we eigenlijk alle troost van de wereld verdienen. Ik weet niet hoe het met
u is gesteld, maar in de zaal waren veel mensen die zich herkenden in deze analyse.
De volgende stap in de workshop verwijst naar de titel van dit bouwstuk: toekomst
en verleden bestaan niet. Toekomst en verleden zijn slechts constructies, illusies.
Het enige dat bestaat is het NU. Alle problemen komen voort uit denken aan en
in het verleden en de toekomst. In het NU zijn er geen problemen. Kortom
prikkelende gedachten, waar de zaal knap zenuwachtig van werd. Nu zijn er over
dit gedachtegoed diverse boeken geschreven en zou je kunnen verwachten dat Erik
ons met allerlei welles/nietus achtige argumenten de rest van de dag zou vervelen.
Dit bleek niet het geval. Eén dame was ondertussen zo van de kook geraakt
dat ze Erik bij voortduring lacherig probeerde te interpreteren, want ze wilde
gelukkig worden en wilde geen woord missen. Zij werd door Erik naar voren gevraagd
en verzocht om voor de groep te gaan zitten en te voelen hoe het was als zo'n
groep (die je nog niet kent) naar je zit te kijken. De dame bleef eerst nog wat
zenuwachtig giechelen, maar zij werd uitgenodigd om bij zich zelf te blijven en
naar haar gevoelens te kijken. Zij moest de gevoelens toelaten, zonder dat zij
zich er door mee liet slepen. Ze moest proberen de gevoelens te lokaliseren in
haar lichaam (even boven de buikstreek) en werd gevraagd op enige afstand naar
die gevoelens te kijken. Bijzonder was dat zij steeds rustiger en serieuzer werd
en langzaam aan door de vragen van Erik op een rustige manier emotioneel werd.
Het bleek dat zij voor het eerst van haar leven gevoelens waar ze meestal van
wegvluchtte recht in het gezicht durven te kijken. Het monster van de angst blijkt
als je je 180 graden omdraait en hem recht in het gezicht kijkt, een klein schoothondje
te zijn dat al snel verdampt. Volgens Erik en de dame had zij even toegang gekregen
tot het nu en even de strijd tegen het gevoel opgegeven. Wat deed
dit alles mij? De workshop intrigeerde mij: zowel de inhoud als de manier
waarop het werd gebracht. Het zette me aan het denken en bracht me in beweging.
Het leidde ook tot verwarring: wat moet ik er nu precies mee en wat betekent dit
voor mijn leven? Ik ben de leeftijd gepasseerd waarbij nieuwe inzichten mijn hele
leven op zijn kop zetten, maar ik ben altijd zeer geïnteresseerd in koerswijzigingen,
zowel fundamentele als kleinere aanscherpingen Ik had het gevoel dat met
dit verhaal een essentie werd bloot gelegd, een flard van de eeuwige waarheid.
En flarden van iets moois smaken naar meer. Zoals een goed macon betaamt zwelg
ik niet bij de eerste flard maar ga kritisch opzoek naar verdere flarden in de
hoop meer puzzlestukjes te vinden. Op dit moment sta ik in mijn werk fors
onder druk omdat de resultaten lager zijn dan het budget. De afgelopen weken heb
ik mij daar erg zorgen over gemaakt. Deze workshop leerde me (opnieuw en diepgaander
dan voorheen) dat dit een zinloze activiteit is die ook nog eens veel verkeerde
energie geeft. Ik kon deze zorgen beter loslaten door me te concentreren op het
NU: wat voel ik nu en wat kan ik NU doen. Ik realiseerde me dat ik te veel vasthoudt
aan de situatie waarin ik me nu bevindt: als ik bereid ben om die los te laten
komen er nieuwe momenten. Ik heb geprobeerd mijn eigen angst op dit punt in het
gezicht te zien: dit is een weg waarbij je niet in een keer van je eigen angst
bevrijdt bent, maar ik heb ook daar een flard gezien van wat er mogelijk is. Verder
probeer ik te vertrouwen in de Kosmos (de opperbouwmeester van het Heelal) te
hebben dat er iets moois voor in de plaats komt, als het al zo zou moeten zijn. Waarom
het mij ook aansprak is omdat een apel werd gedaan op het NIET DENKEN. De illusie
dat je bent wat je denkt ("je pense, donc je suis") werd doorbroken
en ik kon dat aan den lijve ervaren, voor het moment. Ik kon even boven mijzelf
uitstijgen en zien dat ik NIET samenviel met die 600.000 gedachten die ik per
dag schijn te produceren. Het EGO is als de naaf van een fietswiel: de spaken
draaien met enorme snelheid rond, terwijl de naaf schijnbaar onaangedaan in het
midden toekijkt. Onze kern verandert niet wezenlijk door alle zorgen die wij dagelijks
menen te hebben. Zijn er maçonnieke verbanden te ontdekken? Het
meest duidelijk was voor mij de verwijzing naar het "ken u zelve". Tot
voorkort had ik het "ken u zelve" vooral geïnterpreteerd als weet
waar je vandaan komt en maak daarin keuzes. Neem niet automatisch of klakkeloos
aan wat je bewust of onbewust heb meegekregen uit je opvoeding. Nu heb ik gezien
dat het er ook om gaat om het NU toe te staan, de gevoelens in het NU te kennen
en deze met aandacht te aanschouwen. Op die manier leer je jezelf ook kennen en
- zo denk ik nu - op een nog wezenlijker manier. Bijzonder hierbij is dat je hierdoor
tevens je broeders of andere medemensen beter leert kennen: de gevoelens van de
ander maken op de een of andere manier ook deel uit van mijn gevoelens, al uit
ik ze anders. Op die manier heb ik voor mij zelf weer een nieuwe brug geslagen
tussen mijzelf en mijn medemens en kan ik me met hen verbinden in plaats van me
van hen gescheiden te voelen. De essentie van het bestaan wordt voor mijn
gevoel weergegeven door de ruimte tussen de winkelhaak en de passer. Een deel
van deze essentie wordt zichtbaar als ik echt in het NU kan leven, zonder weerstand
en met liefdevolle aandacht. Wat mij betreft dus voer van maçonnieke betekenis. Verder
zie ik dit soort ontwikkelingen als de knopen in het touw van het levenspad op
het tableau. Lastig is dat je je eigen knopen moet formuleren, daar biedt het
tableau geen aanknopingspunten voor. Eerwaarde meester u vroeg om inspiratie.
Ik heb gekeken naar wat mij heeft geïnspireerd de afgelopen periode en ik
heb het u proberen te verwoorden. Ik hoop dat ik aan u wens heb voldaan. .
De enige onvrijheid die er is bestaat uit de gedachten en overtuigingen
die we over onszelf hebben. Erik van Zuydam
|
'Hunzelven
ten goede, anderen ten zegen' Loge Via Lucis 60 jaar: Voordracht
Mat Herben tijdens Zomer Sint Jan, 20 juni 2007 De Haagse Loge Via Lucis
kan niet bogen op een eerbiedwaardige ouderdom die eeuwen terug gaat, noch op
een bijzonder groot aantal leden. Toch heeft zij in een tijdsspanne van 60 jaren
een bijdrage aan de bouw geleverd, waarvoor de leden zich niet hoeven te schamen.
De logegeschiedenis toont markante feiten en vooral markante mensen. De mede-oprichter
Jan Onderdenwijngaard bijvoorbeeld, pseudoniem van J.C.W. Polak, die in 1963 koning
Hoessein van Jordanië inwijdde als vrijmetselaar. De pianist en componist
Huig Hugo van Dalen, die in zijn jonge jaren Rachmaninoff in ons land introduceerde.
Zijn vorig jaar overleden zoon Serge, ook lid van Via Lucis, herinnerde zich nog
hoe hij als kleine jongen op de knie zat bij de grote Russische componist. De
levensloop van prof. dr.ds. Serge Hugo van Dalen, hervormd dominee en Russisch-Orthodox
priester, is trouwens een verhaal op zich. En dan de koopvaardijkapitein Teun
de Graaf, geboren in 1898, overleden in 1999. In de oorlog belandde hij in Stalag
X B, nadat de Duitsers zijn schip tot zinken hadden gebracht. We kunnen de bekende
schilder Theo Bitter (1994) noemen, die grote invloed heeft gehad op het Haagse
kunstleven. Maar ook de tandarts Robin Lentze (1995), die baanbrekend werk verrichtte
op het gebied van tandheelkundige zorg aan geestelijk gehandicapten. Cor Don (2006)
was een gezaghebbend hydrograaf. Arie de Lange (2006) was een echte leraar en
therapeut, die veel te vroeg van ons is heengegaan. Deze en nog vele andere leden
van de Loge Via Lucis gaven de afgelopen zestig jaren op bijzondere wijze uitdrukking
aan het 'Op u komt het aan!', de uitdrukking die iedere vrijmetselaar in het geheugen
staat gegrift. Na de bezetting Via Lucis is de eerste loge die na de
Tweede Wereldoorlog in Nederland wordt opgericht. De loge mag twee historische
data in de geschiedenis van de Haagse vrijmetselarij op haar naam schrijven. In
1947 het weer in gebruik nemen van de door de Duitsers vernielde tempel aan de
Fluwelen Burgwal en in 1993 het verzorgen van de eerste inwijding in het nieuwe
logegebouw aan de 2e Sweelinckstraat. We gaan zestig jaar terug in de tijd en
citeren uit het Algemeen Maçonniek Tijdschrift, jaargang 1947. "Op
5 juni j.l. werd de tempelruimte in het Ordegebouw, welke door de Duitschers tijdens
de bezetting werd ontwijd, geconsacreerd, welke wijding gevolgd werd door de opening
van de Loge Via Lucis. Beide plechtigheden werden verricht door de Hoogeerwaarde
Grootmeester. Onder plechtige orgelmuziek, voorafgegaan door den Grootceremoniemeester,
begaven drie broeders van de nieuwe loge, elk dragende een kandelaar met drie
lichten, gevolgd door den Grootmeester dragende op een kussen het 1e Groote Licht,
de Grootopzieners dragende op kussens het 2e en 3e Groote Licht, twee broeders
van de nieuwe loge dragende het opgerolde tableau, de Grootsecretaris met den
Constitutiebrief, de overige Grootofficieren, de Voorzittend Meester der nieuwe
loge en de overige leden dier loge, zich tempelwaarts. Toen de stoet voor de
Tempelpoort was aangekomen, klopte de Grootceremoniemeester met den Leerlingslag
op de Tempeldeur. De Grootbouw- en meubelmeester vroeg wat de broeders verlangden.
De Grootceremoniemeester antwoordde: "Zij wenschen in dit Oosten een nieuwe
Werkplaats te stichten, gewijd aan de beoefening der Koninklijke Kunst, opdat
in die Werkplaats gearbeid worde den Opperbouwmeester ter eere, hunzelven ten
goede, anderen ten zegen", waarna de Tempelpoort werd geopend. Nadat eenieder
zijn plaats had ingenomen, sprak de Grootmeester: "Alle haat en tweedracht
worden voor altijd van deze plaats gebannen. Voor immer weg van hier met alle
nijd en afgunst. Broeder Dekker, sluit thans de Tempelpoort weer en houdt daarbij
trouw de wacht, opdat strijd en tweespalt hier nimmer binnentreden." Hierna
werd op gebruikelijke wijze de Grootloge geopend. De constitutiebrief werd door
den Grootsecretaris voorgelezen, waarna de Grootmeester overging tot de wijding
der Loge Via Lucis. Eerst wijdde hij de Loge met koren, als symbool van de volheid
en overvloed der gaven van een vruchtdragenden geest. Daarna met wijn als symbool
van dankbaarheid voor den vrede des harten, gerijpt in de stralen van de zon der
liefde, om tenslotte deze Loge te wijden met olie als het zinnebeeld van vrede
en harmonie. Nadat de Grootsecretaris aangekondigd had dat van nu aan in het
Oosten van 's-Gravenhage gevestigd is een regelmatig geconstitueerde Loge Via
Lucis, leverden de broeders Poth en Hugo van Dalen een indrukwekkend muzikaal
bouwstuk op, waarna de Grootmeester de Voorzittend Meester van Via Lucis (Jan
Blokpoel,MH) installeerde en de leiding der werkzaamheden aan hem overdroeg. Deze
installeerde zijn officieren en vormde eerst met de leden van Via Lucis de broederketen.
Daarna verzocht hij alle 160 aanwezigen de broederketen te vormen, waarin de broeders
van Via Lucis zich oplosten. Daarbij klonk 'In diesen heiligen Hallen' van broeder
Mozart." Volgens de AMT-verslaggever waren de aanwezigen zichtbaar onder
de indruk. Na de donkere jaren van de bezetting was de vrijmetselarij weer actief
in de opgeknapte Haagse tempel. Negen oprichters Aan deze plechtigheden
is natuurlijk het nodige voorafgegaan. Hoewel de constitutiebrief is gedateerd
op 1 maart 1947 en de installatie plaatsvond op 5 juni, vingen de werkzaamheden
reeds aan op 10 september 1946. Toen kwamen de broeders Blokpoel, Onderdenwijngaard,
Van Arkel, Versteeg en Kraan om 22.00 uur bijeen op het kantoor van Onderdenwijngaard,
Plaats 20 te Den Haag. Zij besloten een nieuwe werkplaats op te richten. Van begin
af aan was het de bedoeling dat de nieuwe loge een beperkt aantal leden zou tellen,
zodat de onderlinge banden hecht konden blijven. Op de tweede bijeenkomst werd
de kring uitgebreid met de broeders Bosch van Drakestein, Van Sierenburg de Boer,
De Vries, Oudshoorn en Van de Pol, terwijl Kraan zich terugtrok. De negen broeders
stelden de aanvraag aan het hoofdbestuur op. In een derde bijeenkomst werd door
de negen oprichters een beginselverklaring samengesteld. Ieder nieuw lid diende
deze verklaring te ondertekenen. In de tekst wordt vermeld dat de loge zal worden
gesplitst, zodra het aantal van 60 leden is bereikt. Ook zijn de oprichters van
mening dat een hartelijke, broederlijke verhouding meebrengt, dat alle leden elkaar
tutoyeren. Onderdenwijngaard stelde de naam 'Via Lucis - De weg des Lichts' voor,
naar de titel van een boek van de Tsjechische pedagoog/theoloog Jan Amos Comenius.
Deze keus houdt uiteraard verband met de lichtsymboliek. Comenius wilde de internationale
rechtsorde bevorderen, waarbij algemene opvoeding voor hem hét middel is
om dat doel te bereiken. Zijn werk Via Lucis bevat de uitgewerkte plannen over
opvoeding die zijn ontsproten aan zijn Pansophia: een alwijsheidsleer waarin ook
het pacifisme van Comenius wortelt. De pansofie is een systeem van geordende kennis,
van God uitgaande en naar God leidende, hogere wetenschap. De mens zou leren geschillen
te beslechten door de waarheid in het licht van deze kennis te stellen en niet
door geweld. Het werk werd in 1641-'42 in Engeland geschreven. Hoewel een rechtstreeks
verband met de ontstaansgeschiedenis van de vrijmetselarij niet is aangetoond,
heeft Comenius ongetwijfeld invloed gehad op het gedachtengoed. De loge
groeide van 16 leden in 1947 naar 52 in 1954. Daarna ontstaat een conflict tussen
de aftredende voorzitter Onderdenwijngaard en het hoofdbestuur der Orde. Onderwijngaard
wil met twaalf broeders een nieuwe loge stichten, hetgeen niet wordt toegestaan.
Daarna richt hij de irreguliere grootloge Fiat Lux op, die uiteindelijk drie loges
zal tellen. In Fiat Lux wordt onder andere koning Hoessein van Jordanië ingewijd.
Na het overlijden van Onderdenwijngaard keren de meeste Nederlandse leden terug
bij loges, werkend onder het Grootoosten. In 1955 resteren 34 leden. Er treedt
een lichte toename op, maar in 1976 gaat het weer bergafwaarts. Een injectie vanuit
de loge Vincent La Chapelle - onder wie het huidige erelid Bob Hilarius - doet
het ledental stijgen, maar in 1985 vertrekken diverse leden naar de loge Silentium
in Delft. Uiteindelijk richten zij de nieuwe Delftse loge Fides op. Anderen keren
eind jaren tachtig terug naar Vincent La Chapelle. Bovendien reist een vijftal
broeders af naar het Eeuwig Oosten. Het ledental blijft daardoor in de jaren negentig
ondanks een gestage aanwas steken rond de dertig. In 1995 stijgt het ledental
weer door de toetreding van negen broeders, afkomstig van de Haagse zusterloge
De Broederketen, die de Lichten heeft gedoofd. Na jaren van voorspoed was het
de afgelopen jaren te verwachten dat statistisch gezien enkele broeders de aardse
werktuigen zouden moeten neerleggen. Dat wij echter in korte tijd afscheid moesten
nemen van niet minder dan vier broeders - Serge, Cor, Arie en Pieter - is voor
de loge in het algemeen en voor de leden in het bijzonder een zware klap. De
toekomst van de loge Via Lucis ziet er vrij zonnig uit, zeker in vergelijking
met de meeste andere Haagse loges, die kampen met vergrijzing van het ledenbestand.
Voor die vergrijzing zijn twee natuurlijke oorzaken aan te geven: de bevolking
van Den Haag telt relatief veel ouderen en het vrijmetselaarschap is een geestrijke
en gezonde bezigheid die tot op hoge leeftijd kan worden volgehouden. De voornaamste
redenen moeten echter worden gezocht in de veranderde maatschappij. Vóór
de Tweede Wereldoorlog lag de gemiddelde leeftijd bij aanmelding onder de veertig.
Tegen die leeftijd had de doorsnee Nederlandse man een voltooid gezin en zijn
plaats in de samenleving bepaald. Thans is de gemiddelde dertiger nog volop bezig
met zijn maatschappelijke carrière en soms zelfs nog niet begonnen met
het stichten van een gezin. In deze fase is de behoefte om zich met de grote levensvragen
bezig te houden, doorgaans nog sluimerend. Vandaar dat de gemiddelde kandidaat
een gevorderde veertiger is. Natuurlijk zijn er ook twintigers en dertigers die
zich aanmelden. Het betreft dan bijna altijd jongeren met historische of filosofische
belangstelling (bijvoorbeeld studenten), dan wel zonen van vrijmetselaars. Statistisch
gezien staan deze jongeren tegenover de toenemende groep van jong gepensioneerden,
die rond hun zestigste nog energiek genoeg zijn om iets nieuws aan te pakken.
Twee leeftijdsgroepen overigens die elkaar in de loge goed aanvullen. Ervaring
én jeugdig enthousiasme zijn beide onmisbaar voor een bloeiend logeleven.
Via Lucis mag de toekomst daarom optimistisch tegemoet zien. Zoals het
rituaal aangeeft, is deze Sint-Jansdag zowel een rustpunt als een keerpunt op
onze levensweg. Wellicht neemt u in de vakantie de tijd eens een kathedraal te
bekijken. Laten wij de in de voetsporen treden van de middeleeuwse kathedralenbouwers.
Zij bouwden hun kathedralen om te getuigen van het Licht. Daarbij vervulden de
glas-in-loodramen een uiterst belangrijke rol. Het is de verdienste van de alchimisten
geweest dat zij door hun kennis van de metalen, die prachtige kleurrijke vensters
konden maken. Bijvoorbeeld het schitterende roosvenster in de kathedraal van Chartres.
Is dat geen prachtig symbool van het zuivere en geordende licht van de Opperbouwmeester
des Heelals, net zoals de witte roos waarmee wij ons heden hebben getooid? Vensters
van kathedralen én vrijmetselaars zijn getuigen van het Licht. In die vensters
zijn doorgaans figuren van heiligen afgebeeld. Het zonlicht dat door de ramen
speelt, schijnt dóór die heiligen heen. Ook wij moeten in onze levenswandel
het Licht dóór ons heen laten schijnen, naar onze medemens. Het
Licht doorgeven, is onze taak. Dat vraagt harde arbeid. Daarom beschermen wij
ons met schootsvel en handschoenen. Johannes maakte de weg des Heren recht. Struikelblokken
moeten worden opgeruimd. Johannes kwam immers, zo staat geschreven, om onze voeten
te richten op de weg van de vrede. Het ritueel houdt ons de drie plichten
van de vrijmetselaar voor: trouw aan onszelf, de medemens steunen, ons oog richten
op de Opperbouwmeester. Als wij zo handelen, mogen wij ons volgelingen van Johannes
noemen. Dan kan de bouw voortgang vinden en zal de loge Via Lucis ook voor komende
generaties vrijmetselaren de Weg van het Licht kunnen zijn. Mat Herben naar
de top van dit document)
|
Veelgestelde
vragen over vrijmetselarij
Tekst: Mat Herben Jaren geleden
interviewde Mat Herben de ervaren vrijmetselaar mr. drs. Jan van der Poel. Die
gaf vanuit zijn grote maçonnieke ervaring zijn persoonlijke visie op veelgestelde
vragen. Van der Poel overleed in 2000. Dat interview is de moeite waard onder
bredere aandacht te worden gebracht. Vormen vrijmetselaren een sekte? Integendeel,
precies het tegenovergestelde. Sekten worden bijeengehouden onder de discipline
van een verplichte doctrine. De vrijmetselarij is een bonte verzameling van juist
uitdrukkelijk zelfstandige zoekers, die in hun opvattingen geheel vrij zijn en
uit een scala van denk- en geloofsrichtingen afkomstig zijn. De benaming 'sekte'
is volgens Van Dale van toepassing op groeperingen die zich afsplitsen van een
kerkgemeenschap op grond van afwijkende opvattingen betreffende een niet-centraal
geloofspunt. De vrijmetselarij is daarentegen een middelpunt van vereniging, bedoeld
om personen onder behoud van hun eigen bijzondere meningen in ware vriendschap
tot elkaar te brengen. Maar wat bindt hen dan samen? Is dat niet een religie? De
vrijmetselarij is zeker religieus, maar is paradoxaal geen religie. De samenbindende
kracht is de in ieder levende behoefte samen een levensweg te volgen die de mens
bevrijdt van het dominerende ego, hem tot een 'zuiver' mens kan maken, hem kan
leiden tot een paradijs van harmonie met de anderen, in harmonie ook met de levenswetten.
Een levensweg die hem kan brengen tot de schoonheid van de ultieme levensaanvaarding
en - wat hetzelfde is: de allesomvattende liefde. Deze weg wordt wel genoemd de
'Via Lucis': de weg van het licht. Hoe verhoudt dit zich tot de wereldreligies? Het
vormt er de kern van, ja misschien is het wel de oergrond waaruit zij zijn voortgekomen:
de Vedanta, het Boeddhisme, het Taoïsme, de Torah, het Evangelie. Wellicht
is het de vruchtbare bodem, waarin dit alles is ingebed. Immers in ieder mens
sluimert een intuïtief inzicht omtrent de diepste grond van het leven. In
de stilte van ons binnenste kunnen wij dat ervaren. Heeft de vrijmetselarij
met haar symbolen en riten niet iets kunstmatigs, een overblijfsel uit de 17de
en 18de eeuw? Die zienswijze houdt geen stand. Allereerst geldt voor de
inhoudelijkheid, waar het eigenlijk om gaat, dat deze tijdloos en universeel is,
waarbij elke mens zijn eigen beleving opbouwt en ervaart. Het complex van mythen,
symbolen en riten is een eeuwenoude, maar zich voortdurend vernieuwende creatie
van de gnostische onderstroom die al sinds het begin van onze jaartelling de gevestigde
godsdiensten begeleidt, maar ook doorvlecht en verrijkt. De basisrituelen van
de vrijmetselarij vertonen ook gelijkenis met die van het oude christendom, dat
tot in de vierde eeuw nog als mysteriegodsdienst werd beleefd. Toch kan men niet
stellen dat de vrijmetselarij afstamt van oude mysteriegodsdiensten of het vroege
christendom. De gebruikte werkwijze biedt aanknopingspunten, maar de leer niet.
De vrijmetselarij kent immers geen leer of geloofsbelijdenis. Wat kan men
dan beschouwen als de oorsprong van de vrijmetselarij? Er is niet één
oorsprong, er zijn vele wortels. Vrijmetselarij is diep geworteld in onze Westerse
beschaving. Zo is de werkwijze met symbolen en riten, met mythen en allegorische
uitleg van gewijde teksten afkomstig uit de stoïcijnse filosofie, alsmede
het pythagorisme en platonisme van de Oudheid. Jodendom en christendom werden
door de Griekse filosofie beïnvloed. De organisatievorm is ontleend aan de
middeleeuwse bouwgilden. De bouw- en lichtsymboliek werd ook gehanteerd bij de
kathedralenbouw en is onder andere aan de Bijbel ontleend. De zinnebeeldige hantering
van deze en andere gegevens stelt het vrije zoeken van de individuele mens centraal,
zonder tradities af te breken. Heeft vrijmetselarij in de 21ste eeuw nog
zin? Stellig. In onze tijd is er opnieuw een kritieke confrontatie tussen de
wereldgodsdiensten onderling en van deze met de natuurwetenschap, zoals zich ook
rond het begin van onze jaartelling en omstreeks de 17de eeuw heeft voorgedaan.
In de Grieks-Romeinse periode werd vernieuwing gebracht door symbolisme, allegorie
en verinnerlijking. Men kan stellen dat de godsdienstoorlogen en het rationalisme
van de 17de en 18de eeuw leidden tot het ontstaan van de moderne vrijmetselarij.
Ook in onze dagen zijn er vergelijkbare problemen: 1. Hoe kan voor de gemiddelde
mens de contradictie tussen de verschillende godsdiensten worden overbrugd met
behoud van geloofwaardigheid? 2. Hoe is religie in overeenstemming te brengen
met de resultaten van de natuurwetenschappen? Het eerste probleem kan ook nu
weer uitsluitend worden opgelost door het inzicht dat de ene bron van alle religiositeit
dezelfde is, n.l. de in alle mensen sluimerende intuïtie, die telkens weer
wordt vertolkt in bij de cultuur, plaats en tijd passende beelden. De maçonnieke
Via Lucis, waarvan de symbolen niet meer willen zijn dan uitnodigende poorten
op de weg naar dieper inzicht, biedt daartoe alle ruimte. Het tweede probleem
is veel moeilijker. Het vereist, met behoud van de onmisbare religieuze intuïtie,
aanpassing van de beeldvorming naar hogere abstracties, in permanente dialoog
met gespecialiseerde wetenschappers. Dat moet zeker gebeuren, op straffe van moedeloosheid
en nihilisme. Juist de verdraagzame vrijmetselarij zou bij uitstek geschikt zijn
om bij te dragen aan een dergelijke dialoog. Er zijn tal van spanningsvelden van
levens- en wereldbeschouwelijke aard die zich eens (wellicht spoedig) zullen ontladen.
Enkele voorbeelden: Het brain-mind probleem (is er 'geest'?); evolutie versus
schepping; causaliteit annex schuld (beide in verband met de vraag naar het karakter
van tijd); individualiteit (onder andere biochemisch gezien) en ga zo maar door.
De vrijheid en de pluriformiteit van de vrijmetselarij maken haar geschikt om
bij deze confrontaties een bijdrage te leveren. De enige vraag is: Durven en kunnen
haar adepten dit aan? De tijd zal het leren.
naar de top van dit document
|